Gemeenteraad
Tijdens de gemeenteraad kwamen gisterenavond, na behandeling van de algemene punten en het uitgebreide dossier van de jaarrekening 2025, drie uiteenlopende dossiers aan bod tijdens de mondelinge vragenronde van de oppositie. Oppositieraadsleden stelden vragen over de mobiliteit rond de thuiswedstrijden van Lommel SK in eerste klasse, de communicatie na het brandincident bij Polypreen en de stopzetting van Beeldig Lommel.
Stad werkt aan mobiliteitsplan voor wedstrijden van Lommel SK
N-VA-raadslid Rina Alen vroeg hoe de stad zich voorbereidt op de terugkeer van Lommel SK naar eerste klasse. Volgens haar zal de promotie onvermijdelijk zorgen voor meer verkeer en parkeerdruk rond het Soevereinstadion, zeker tijdens topwedstrijden.
Burgemeester Bob Nijs bevestigde dat de stad momenteel werkt aan een mobiliteitsstudie voor de volledige Soeverein-site. Er werden al voorbereidingen getroffen, waaronder de aankoop van gronden voor een toekomstige overflowparking. Daarnaast wordt de omgeving van het zwembad en de speeltuin de komende jaren heringericht, waarbij ook extra parkeerplaatsen worden voorzien.
Een belangrijk aandachtspunt is volgens de burgemeester de opvang van bezoekende supporters. Bij wedstrijden in eerste klasse wordt vaak gewerkt met een combiregeling, waarbij uitsupporters enkel met een georganiseerde busverplaatsing en gekoppeld ticket het stadion binnen kunnen. Vandaag parkeren deze supportersbussen op de Gestelsedijk, maar dat zorgt geregeld voor moeilijke situaties. Daarom wordt onderzocht of het B-plein achter de hoofdtribune tijdelijk kan worden ingericht als zone voor bezoekersbussen, maar ook voor hulpdiensten. Op die manier kunnen uitsupporters rechtstreeks naar het stadion worden geleid en gescheiden blijven van thuissupporters.
Volgens Nijs zou zo'n oplossing niet alleen de veiligheid verbeteren, maar mogelijk ook de politie-inzet verminderen. Voor wedstrijden met een verhoogd risico worden momenteel soms meer dan honderd agenten ingezet.
Alen wees erop dat niet alleen uitsupporters, maar ook de grotere toestroom van thuissupporters voor extra druk op de omliggende straten kan zorgen. De burgemeester antwoordde dat de diensten de ticket- en abonnementenverkoop nauw opvolgen. Bij grote wedstrijden worden mogelijk zo'n 5.000 supporters verwacht. Volgens hem zal maximaal gebruik worden gemaakt van de beschikbare parkings in de omgeving, al zullen bezoekers er rekening mee moeten houden dat ze soms een stukje moeten wandelen. Zodra de verkeersregeling definitief vastligt, zal de stad daarover communiceren met buurtbewoners en supporters.
Lees meer onder de foto.
Vragen over communicatie na brandincident bij Polypreen
Samen Vooruit-raadslid Rita Phlippo stelde vragen bij de communicatie na het brandincident bij Polypreen op 8 juni. Tijdens de productie had een groot schuimblok vuur gevat, wat gepaard ging met aanzienlijke rookontwikkeling.
Phlippo vroeg zich af waarom buurtbewoners niet via BE-Alert werden verwittigd. Volgens haar had een eenvoudige waarschuwing mensen kunnen aanzetten om uit voorzorg ramen en deuren gesloten te houden.
Burgemeester Nijs legde uit dat Polypreen een Seveso-bedrijf met lage drempel is en beschikt over een intern noodplan. Dat plan werd volgens hem correct gevolgd. Het brandende schuimblok werd onmiddellijk naar een veilige zone gebracht waar het gecontroleerd kon uitbranden. De brandweer was binnen zeven minuten ter plaatse en stelde vast dat de rookontwikkeling op dat moment al verdwenen was.
Volgens de informatie van de hulpdiensten vormde het incident geen gevaar voor de omgeving. Daarom werd beslist geen BE-Alert uit te sturen. Nijs benadrukte wel dat mensen die rook waarnemen altijd best ramen en deuren sluiten uit voorzorg.
Phlippo vond het jammer dat buurtbewoners pas achteraf via de media vernamen wat er gebeurd was. De burgemeester toonde begrip voor die opmerking en beloofde het verslag van de brandweer op te vragen. Hij wil laten onderzoeken waarom er geen bijkomende communicatie naar de buurt gebeurde, al sprak hij tegelijk zijn vertrouwen uit in de professionele aanpak van de hulpdiensten.
Stopzetting Beeldig Lommel blijft gevoelig onderwerp
Ook de stopzetting van Beeldig Lommel kwam opnieuw ter sprake. Elly Vanbrabant (Samen Vooruit) uitte haar bezorgdheid over het verdwijnen van het levende beeldenfestival, iets wat heel veel mensen binnen en buiten Lommel beroert. Ze vroeg zich af of een aangepaste formule geen alternatief had kunnen bieden.
Vanbrabant bedankte eerst de organisatie en de vele vrijwilligers die het evenement jarenlang hebben gedragen. Volgens haar was Beeldig Lommel veel meer dan een toeristische trekpleister. Het festival trok duizenden bezoekers naar de stad, zorgde voor extra inkomsten bij horeca en handelaars en had ook een belangrijke maatschappelijke meerwaarde via onder meer initiatieven voor mensen met een visuele beperking en deelnemers aan het Peter Meter-project.
De fractie begrijpt dat de kosten de voorbije jaren sterk zijn gestegen, maar vroeg zich af of een afgeslankte versie van het festival niet mogelijk was. Minder beelden, minder grote acts en een strakker budget hadden volgens Vanbrabant misschien toch een doorstart kunnen opleveren.
Schepen van Cultuur Peter Vanderkrieken benadrukte dat het stadsbestuur bijzonder trots blijft op wat Beeldig Lommel de voorbije zestien edities heeft gerealiseerd. De laatste editie was volgens hem opnieuw een groot succes, met ongeveer 60.000 bezoekers, veel media-aandacht, virale campagnes en positieve reacties van publiek, vrijwilligers en artiesten.
Toch blijft de financiële realiteit volgens de schepen zwaar doorwegen. De totale kostprijs loopt in 2026 op tot ongeveer 240.000 euro en zou tegen 2030 zelfs meer dan 300.000 euro bedragen, terwijl de opbrengst uit sponsoring beperkt blijft. Ook de personeelsinzet van de stadsdiensten is volgens hem aanzienlijk.
Vanderkrieken benadrukte dat de beslissing niet werd genomen omdat het evenement onvoldoende kwaliteit bood. Integendeel, juist omdat Beeldig Lommel uitgroeide tot een van de grootste levende beeldenfestivals van Europa, werden de organisatie en de bijhorende kosten alsmaar omvangrijker. Volgens hem gaat het daarom om een beleidskeuze over hoe de stad haar middelen en personeel in de toekomst wil inzetten. “Het gaat niet om een beoordeling van de kwaliteit van het evenement, maar om de afweging hoeveel financiële middelen, personeelscapaciteit en structurele ondersteuning de stad op lange termijn nog voor één evenement wil en kan blijven voorzien”, stelde Vanderkrieken.
Vanbrabant bleef het einde van het festival betreuren. Volgens haar had men mogelijk eerder een duidelijke budgettaire grens moeten vastleggen. Ze verwees ook naar andere levende beeldenfestivals die kleinschaliger werken en toch succesvol zijn. “Ik blijf het heel spijtig vinden dat zo’n evenement uit Lommel verdwijnt. Ik denk eerlijk gezegd dat een andere stad ermee gaat lopen”, zei ze.
Vanderkrieken antwoordde dat net de hoge kwaliteit en professionele aanpak mee verantwoordelijk waren voor de sterke reputatie van het festival en dat een afgeslankte versie mogelijk afbreuk zou doen aan dat succes. Hij wees er ook op dat artiesten in Lommel zeer goed werden ontvangen, begeleid en ondersteund. Dat droeg mee bij tot de sterke naam van het festival, maar maakte de organisatie tegelijk zwaarder en duurder.
Het debat werd afgesloten met een gezamenlijke dank aan de vele vrijwilligers, medewerkers en organisatoren die van Beeldig Lommel een vaste waarde maakten op de evenementenkalender van de stad.
Reactie plaatsen
Reacties