Jaarrekening verdeelt gemeenteraad

Gepubliceerd op 24 juni 2026 om 11:45

Gemeenteraad

De goedkeuring van de jaarrekening 2025 zorgde dinsdagavond voor een uitgebreid debat in de gemeenteraad van Lommel. Volgens het stadsbestuur tonen de cijfers aan dat de stad financieel gezond blijft en stevig investeert in de toekomst. De oppositie plaatste daar echter heel wat kanttekeningen bij en waarschuwde voor een al te rooskleurig beeld.

Schepen van financiën Sofie Mertens nam ruim de tijd om de jaarrekening toe te lichten. Ze benadrukte dat de stad en het OCMW het boekjaar afsluiten met een beschikbaar budgettair resultaat van 25.160.052 euro. Dat omschreef ze als de "spaarpot" waarover de stad op 31 december 2025 beschikte. Daarnaast bedraagt de autofinancieringsmarge ruim 5 miljoen euro. Die marge geeft aan of een bestuur zijn gewone werking kan betalen nadat de leningen zijn afgelost. Volgens het stadsbestuur is dat een belangrijk signaal dat de dagelijkse werking op een gezonde manier gefinancierd wordt.

Ook de liquiditeitspositie blijft volgens de schepen sterk. Op het einde van 2025 beschikten stad en OCMW samen over 28,9 miljoen euro aan liquide middelen op zicht- en spaarrekeningen. Daartegenover staan wel 17,2 miljoen euro aan openstaande kortlopende schulden, voornamelijk facturen die nog betaald moeten worden. De langlopende financiële schuld van de stad bedraagt 11,4 miljoen euro, terwijl het OCMW geen leningen meer heeft uitstaan. Volgens Mertens komt dat overeenkomstig de Belfius-normen neer op ongeveer 323 euro schuld per inwoner, aanzienlijk minder dan het Vlaamse gemiddelde van ongeveer 1.200 euro per inwoner.

Verder wees Mertens erop dat de exploitatieontvangsten in 2025 uitkwamen op 110,8 miljoen euro, tegenover 99,5 miljoen euro aan exploitatie-uitgaven. De investeringen bedroegen bijna 25 miljoen euro, waarvan een belangrijk deel naar betaalbaar wonen, jeugdbeleid, wegenwerken, veilige schoolomgevingen, energetische renovaties, het Mariapark, Visit Lommel, het Glazen Huis, voertuigen, groen en mobiliteit ging. Volgens haar bewijzen de cijfers dat Lommel kan blijven investeren zonder de financiële stabiliteit in gevaar te brengen.

Toch werd niet het volledige investeringsbudget uitgevoerd. In het meerjarenplan was 50,4 miljoen euro aan investeringsuitgaven voorzien, terwijl uiteindelijk 24,8 miljoen euro werd gerealiseerd, wat volgens Mertens niet betekent dat projecten geschrapt zijn.

Burgemeester Bob Nijs benadrukte bovendien dat de stad de voorbije jaren tientallen miljoenen euro's aan historische schulden heeft afgebouwd.

Lees meer onder de foto.

Waarom niet alle investeringen werden uitgevoerd

N-VA had nog een reeks vragen bij de jaarrekening. Raadslid Aloysia Vandenberk benadrukte dat haar fractie geen kritiek had op de cijfers zelf, maar wel op de kloof tussen de geplande budgetten en de uiteindelijke uitvoering. Volgens haar lijkt er een structureel probleem te bestaan waarbij investeringen jaar na jaar worden ingeschreven, maar slechts gedeeltelijk worden uitgevoerd. Ze vroeg onder meer uitleg over de sterke stijging van de waarderingsreserve, de beperkte realisatie van verschillende investeringsprojecten en de grote verschillen tussen de meerjarenplanning en de uiteindelijke jaarrekening.

Mertens antwoordde dat de stijging van de waarderingsreserve vooral het gevolg is van een gewijzigde, uniforme waardering van de Fluvius-aandelen en dus geen bijkomende financiële reserve vormt. De lagere uitvoering van investeringen schreef ze toe aan verschuivingen in de planning, vergunningstrajecten en projecten die in de volgende jaren worden uitgevoerd. Volgens haar zijn geen investeringen geschrapt, maar enkel doorgeschoven binnen het nieuwe meerjarenplan.

Burgemeester Nijs benadrukte dat Lommel jarenlang gemiddeld slechts 8 tot 12 miljoen euro per jaar investeerde. Met de huidige investeringen wil het bestuur volgens hem de opgebouwde financiële ruimte eindelijk benutten.

Later in het debat kwam ook Rina Alen (N-VA) tussen. Zij vroeg bijkomende uitleg over de uitvoering van verschillende investeringsprojecten, met bijzondere aandacht voor de fietsinfrastructuur. Volgens haar werden voor sommige projecten de kredieten tijdens het jaar aanzienlijk verhoogd, terwijl de uiteindelijke uitgaven in de jaarrekening beperkt bleven. Ze verwees daarbij onder meer naar de ambitie van Lommel om zich verder uit te bouwen als fietsstad en vroeg zich af waarom de uitvoering achterbleef.

Burgemeester Bob Nijs antwoordde dat verschillende projecten zich nog in de voorbereidings- of vergunningsfase bevinden. Hij verwees onder meer naar de volgende fasen van de veilige schoolomgevingen en de geplande fietsverbinding tussen Den Engel en De Kroon. Volgens hem is het niet uitzonderlijk dat investeringsbudgetten al volledig worden voorzien, terwijl de uitvoering gespreid over meerdere jaren gebeurt.

Alen kaartte daarnaast ook de problematiek van leegstaande bedrijfsgebouwen aan. Ze wilde weten of de stad inkomsten uit de onroerende voorheffing misloopt wanneer leegstaande of niet-productieve bedrijfspanden onder bepaalde vrijstellingsregelingen vallen. De burgemeester antwoordde dat daarbij mogelijk verschillende fiscale regelingen door elkaar werden gehaald en stelde voor de vraag schriftelijk te bezorgen, zodat het stadsbestuur daar later een correct en volledig antwoord op kan geven.

Samen Vooruit: Na de goednieuwsshow, de eerlijke cijfers”

De stevigste kritiek kwam van Rita Phlippo (Samen Vooruit). Zij vond dat het stadsbestuur vooral de positieve elementen belicht en belangrijke nuances achterwege laat.

Phlippo stelde dat de positieve jaarrekening volgens haar genuanceerd moet worden. Ze wees erop dat het positieve resultaat deels te danken is aan meevallers zoals hogere inkomsten uit de personenbelasting, extra Vlaamse middelen en hogere dividenden. Dat zijn volgens haar inkomsten waarop de stad in de toekomst niet zomaar kan rekenen.

Daarnaast wees ze erop dat de personeelskosten opnieuw sterker stegen dan voorzien. Volgens Samen Vooruit liggen die vandaag bijna 9 miljoen euro hoger dan bij het begin van de vorige legislatuur. Ook worden volgens haar alsmaar meer opdrachten extern uitbesteed, waardoor de werkelijke personeelskost nog hoger ligt.

Een ander aandachtspunt zijn volgens de oppositie de openstaande facturen. Op het einde van 2025 stonden nog voor ruim 17 miljoen euro aan kortlopende schulden open. Volgens Phlippo geeft dat een vertekend beeld van de beschikbare middelen.

Ook het feit dat de stad vorig jaar een lening van 7,5 miljoen euro opnam, baart haar zorgen. "Als een stad moet lenen om voldoende cash beschikbaar te houden voor de dagelijkse werking, dan stel ik mij daar vragen bij", klonk het.

Verder wees Samen Vooruit erop dat de financiële reserves de voorbije jaren daalden van ongeveer 40 naar 25 miljoen euro. Volgens de partij is dat geen reden om te spreken van een grote "spaarpot", zoals het stadsbestuur eerder deed. Ze waarschuwde bovendien dat de grote investeringen uit het nieuwe meerjarenplan nog moeten starten en dat de financiële uitdagingen daardoor pas de komende jaren echt zichtbaar zullen worden.

Tijdens het debat voegde Phlippo daar nog aan toe dat een gezond financieel beleid volgens haar steunt op drie pijlers: investeringen binnen de vooropgestelde budgetten houden, voldoende structurele inkomsten behouden en de dagelijkse exploitatiekosten onder controle houden. Ze stelde dat vooral die laatste uitgaven jaar na jaar blijven stijgen en uitte opnieuw kritiek op het schrappen van de tussenkomst voor de afvalbelasting voor gezinnen met een verhoogde tegemoetkoming. Volgens haar worden net de meest kwetsbare inwoners daardoor zwaarder getroffen. Ze vroeg ook bijkomende uitleg over de openstaande leveranciersschulden en de geplande opbrengsten uit de hervorming van de onroerende voorheffing.

Schepen van Financiën Sofie Mertens wees erop dat meevallers én tegenvallers eigen zijn aan een begroting over zes jaar en dat de uiteindelijke jaarrekening net aantoont dat de ramingen dicht bij de werkelijkheid lagen. Ze benadrukte dat de stijging van de personeelskosten grotendeels verklaard wordt door de opeenvolgende indexeringen en door de uitbreiding van personeel om de groeiende investeringsprojecten te kunnen realiseren. Volgens haar zijn geen investeringen geschrapt, maar wel doorgeschoven omdat vergunningen, aanbestedingen of complexe procedures meer tijd vragen. Ook de nog niet ontvangen subsidies voor enkele projecten, waaronder de Rondweg, zijn volgens haar een gevolg van het feit dat werken eerst definitief moeten worden opgeleverd vooraleer subsidies kunnen worden uitbetaald.

Burgemeester verdedigt investeringsbeleid

Burgemeester Bob Nijs sloot zich aan bij de repliek van schepen Sofie Mertens en benadrukte dat het verschil tussen de oorspronkelijke meerjarenplanning en de uiteindelijke jaarrekening beperkt bleef tot ongeveer 1,8 miljoen euro. Volgens hem toont dat aan dat het financiële beleid realistisch is. Hij wees er ook op dat Lommel nog altijd een aanvullende personenbelasting van 6 procent en een relatief lage onroerende voorheffing hanteert, terwijl de schulden de voorbije jaren fors zijn afgebouwd.

Volgens Nijs is investeren bovendien net de opdracht van een lokaal bestuur. "Een stad die voortdurend grote reserves opbouwt, vraagt eigenlijk meer belastingen dan nodig zijn", stelde hij. Daarom kiest het stadsbestuur er volgens hem bewust voor om financiële middelen in projecten te investeren en voldoende personeel aan te werven, zodat die projecten ook effectief uitgevoerd kunnen worden.

De burgemeester verwacht dat Lommel ook de komende jaren financieel gezond kan blijven, op voorwaarde dat het jaarlijkse investeringsritme tussen 10 en 15 miljoen euro blijft. Hij wees er daarbij op dat grote projecten tijdens hun voorbereiding vaak nog worden uitgebreid of aangepast. Als voorbeeld noemde hij het nieuwe jongerencentrum, waar bijkomende investeringen nodig bleken voor de omgevingsaanleg, geluidsisolatie en de integratie van het OverKop-huis.

Nijs erkende dat meerderheid en oppositie de cijfers verschillend interpreteren, maar benadrukte dat de financiële basis van de stad volgens hem stevig blijft en dat de jaarrekening aantoont dat Lommel tegelijk financieel gezond blijft én fors kan investeren.

Steun vanuit de CD&V meerderheid

Jaak Theuws (CD&V) sprak zijn tevredenheid uit over de jaarrekening. Hij herinnerde eraan dat de stad enkele jaren geleden nog met een schuld van ongeveer 50 miljoen euro zat en dat ondertussen een groot deel daarvan werd afgebouwd.

Hij verwees ook naar de schadevergoeding van ongeveer 3 miljoen euro die de stad moest betalen in het dossier rond de Poetskeswei en vond dat die historische kost niet vergeten mag worden wanneer de financiële toestand wordt beoordeeld.

Jaarrekening goedgekeurd

Na een debat van ruim een uur werd de jaarrekening uiteindelijk goedgekeurd door de meerderheid. De oppositie bleef erbij dat de cijfers minder rooskleurig zijn dan het stadsbestuur laat uitschijnen, terwijl de meerderheid benadrukte dat Lommel financieel gezond blijft en de nodige ruimte heeft om de komende jaren verder te investeren.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.