Tijdens de gemeenteraad van vanavond stond het mondeling spreekrecht voor burgers opnieuw ter discussie naar aanleiding van een mondelinge vraag van Rina Alen (N-VA). Het raadslid kaartte de manier aan waarop het spreekrecht tijdens de vorige gemeenteraad (niet) werd uitgezonden via de livestream.
Volgens Alen ontvingen verschillende inwoners die de gemeenteraad online volgden de melding dat de uitzending pas startte bij de officiële opening van de openbare zitting. Daardoor bleef het voorafgaande inspreekmoment — waarbij burgers rechtstreeks het woord nemen — buiten beeld voor thuisvolgers. Vooral inwoners die om gezondheidsredenen, leeftijd of mobiliteitsproblemen niet fysiek aanwezig kunnen zijn in de raadzaal, misten volgens haar een belangrijk onderdeel van de vergadering.
Alen benadrukte dat het inspreekrecht expliciet bedoeld is om burgers inspraak te geven in het lokaal beleid en om maatschappelijke bezorgdheden rechtstreeks onder de aandacht van de gemeenteraad te brengen. Wanneer dit onderdeel niet zichtbaar is via de livestream, dreigt volgens haar een verschil te ontstaan tussen inwoners die fysiek aanwezig zijn en inwoners die digitaal volgen.
Om die reden stelde zij voor om het mondeling spreekrecht formeel te verankeren als eerste agendapunt van de openbare gemeenteraad, onmiddellijk na de opening van de zitting. Daarnaast pleitte zij ervoor om dit onderdeel standaard live uit te zenden, zodat maximale transparantie gegarandeerd blijft.
Ronny Geysen (Samen Vooruit) sloot zich aan bij deze vraag en stelde dat burgerparticipatie slechts betekenis krijgt wanneer inwoners daadwerkelijk kunnen volgen wat in de gemeenteraad gebeurt. Volgens hem moet participatie niet enkel een beleidsdoelstelling zijn, maar ook zichtbaar worden in de praktijk. Hij wil dus graag het voorstel van Rina Alen steunen.
Burgemeester Bob Nijs (CD&V) erkende het belang van transparantie, maar wees er enerzijds op dat tijdens de vorige gemeenteraad gehandeld werd volgens het huishoudelijk reglement dat stelt dat de livestream pas start vanaf de officiële opening van de zitting. Anderzijds moet het stadsbestuur rekening houden met privacywetgeving en GDPR-verplichtingen. Niet elke burger die gebruik maakt van het spreekrecht wenst automatisch gefilmd of online verspreid te worden. Hij gaf aan dat hierover juridisch advies werd ingewonnen en stelde voor om het huishoudelijk reglement samen met de fractieleiders te herbekijken.
De gemeenteraad besliste uiteindelijk om het voorstel verder uit te werken en later opnieuw voor te leggen, met als doel tot een breed gedragen en juridisch sluitende regeling te komen.
(Lees verder onder de foto)
Tijdens de gemeenteraad van vanavond kwamen nog enkele andere actuele thema’s aan bod via mondelinge vragen van de oppositie.
Jean-Jacques Melotte (Samen Vooruit) vroeg verduidelijking bij de cateringuitgaven van de stadsdiensten. Uit een overzicht bleek dat de stad in 2024 ruim 41.000 euro besteedde aan catering voor uiteenlopende activiteiten. Volgens Melotte roept dat vragen op over het interne kostenbeheer. Hij wilde onder meer weten welke criteria gelden voor catering bij vergaderingen en opleidingen, of er maximumbedragen bestaan en hoe de controle verloopt. Ook het feit dat een aanzienlijk deel van de uitgaven via één dienst werd geboekt, vroeg volgens hem om toelichting. Het raadslid benadrukte dat zijn tussenkomst geen kritiek was op medewerkers, maar een pleidooi voor zorgvuldig omgaan met publieke middelen.
Burgemeester Bob Nijs (CD&V) nuanceerde het bedrag en stelde dat het om een totaaloverzicht gaat van zeer diverse activiteiten. Naast interne vergaderingen omvat het ook officiële ontvangsten, jubilea, herdenkingen en protocollaire bijeenkomsten met inwoners, verenigingen of buitenlandse delegaties. Catering wordt volgens hem enkel voorzien waar dat functioneel of praktisch aangewezen is, bijvoorbeeld bij langdurige opleidingen tijdens de middagpauze. Hij benadrukte dat er geen sprake is van automatische of structurele catering, dat het beleid binnen een zuinig financieel kader past en dat er geen misbruik van gemaakt wordt. Melotte hield vast aan het belang van een duidelijk onderscheid tussen protocollaire verplichtingen en interne vergadercultuur.
Ook het gebruik van artificiële intelligentie binnen de stadsorganisatie werd besproken. Ersin Kemaldar (Samen Vooruit) vroeg of er een formeel AI-beleid bestaat en hoe de stad omgaat met externe AI-toepassingen en gegevensbescherming. Hij verwees naar buitenlandse incidenten waarbij persoonsgegevens in publieke AI-tools terechtkwamen.
Schepen Loucka Vreys (CD&V) antwoordde dat de stad werkt aan een beleidskader rond artificiële intelligentie, gebaseerd op richtlijnen van Digitaal Vlaanderen en de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten. Momenteel is Microsoft Copilot de enige officieel toegelaten AI-toepassing binnen de stadsdiensten, omdat die geïntegreerd is in de eigen beveiligde ICT-omgeving. Medewerkers worden gesensibiliseerd rond informatieveiligheid, terwijl publieke AI-platformen onder het arbeidsreglement en bestaande veiligheidsregels vallen. Verdere uitwerking van het beleid is voorzien binnen het komende halfjaar.
Tot slot bracht Alosya Vandenberk (N-VA) het huisartsentekort in Lommel ter sprake. Door bevolkingsgroei, pensioneringen en stijgende zorgvragen hanteren meerdere praktijken een patiëntenstop, waardoor inwoners moeilijk een vaste huisarts vinden. Hoewel gezondheidszorg geen rechtstreekse bevoegdheid is van de stad, vroeg zij welke ondersteunende rol het lokaal bestuur kan spelen, bijvoorbeeld via stimulansen voor jonge artsen of ondersteuning van groepspraktijken.
Schepen Katrien Cools (CD&V) erkende dat het om een breder Vlaams probleem gaat. Lommel neemt deel aan het overleg binnen de eerstelijnszone Noord-Limburg en voert gesprekken met de lokale huisartsenkring om praktijken aantrekkelijker te maken voor artsen in opleiding. Ze verwees ook naar de toekomstige masteropleiding geneeskunde aan UHasselt, die op langere termijn extra instroom in Limburg moet opleveren. De stad staat open voor verdere gesprekken om te bekijken hoe ze bestaande praktijken bijkomend kan ondersteunen.
Reactie plaatsen
Reacties