Van vennen en wit goud: boeiende erfgoedwandeling brengt geschiedenis van Stevensvennen tot leven

Gepubliceerd op 29 juni 2026 om 14:45

Dat Stevensvennen vandaag een rustig gehucht is met amper zo'n 300 inwoners, doet nauwelijks vermoeden hoe rijk de geschiedenis ervan is. Tijdens de maandelijkse erfgoedwandeling van Erfgoed Lommel nam gids Gerd Bloemen, geboren en getogen in Stevensvennen, de talrijke deelnemers mee op een boeiende tocht door het verleden van haar geliefde gehucht. Aan de hand van historische foto's, persoonlijke verhalen en heel wat anekdotes bracht ze de geschiedenis opnieuw tot leven. (Foto's Lieve De Bleser)

De wandeling startte aan de Sint-Jozefkerk, op de plaats waar in 1805 de eerste officiële bewoners van Stevensvennen zich vestigden. De naam van het gehucht verwijst overigens niet naar een persoon met de naam Steven, maar naar de familie Steenmans, die in de middeleeuwen gronden bezat in deze streek. Via het dialect evolueerde Steenmans uiteindelijk naar Stevens.

In die periode bestond Stevensvennen vooral uit heide, moerassen en vennen. Pas vanaf het midden van de negentiende eeuw kwam daar verandering in, toen enkele Brusselse ondernemers grote stukken grond aankochten. Onder hen Dominique Dekens, Charles Levionnois en Antoon Van Eetvelde, die het gebied begonnen te ontginnen. Dankzij het kanaal konden de schrale zandgronden bevloeid worden met kalkrijk water. Bovendien werd de bodem verrijkt met 'mest' onder de vorm van  huishoudelijk afval dat per spoor uit onder meer Antwerpen, Brussel en Luik werd aangevoerd. Zo groeide de arme heidegrond uit tot vruchtbare landbouwgrond, waarop onder meer witte rapen, haver, rogge en klaver werden geteeld. De resultaten waren zo indrukwekkend dat de producten zelfs bekroond werden op een landbouwtentoonstelling in Brussel.

Ook minder bekende hoofdstukken uit de geschiedenis kwamen aan bod. Zo kende Stevensvennen rond de eeuwwisseling zelfs een tabaksplantage van anderhalve hectare, waar Havana- en Manila-tabak werd geteeld.

Het 'witte goud' van Stevensvennen

De echte ommekeer kwam er toen Stanislas Emsens zich vanaf 1893 in Stevensvennen vestigde. Hij zag als één van de eersten de enorme waarde van het zuivere kwartszand in de bodem. In 1896 startte hij met een moderne zandwinning waarbij een stoomaangedreven zandzuiger werd ingezet, veel efficiënter dan de traditionele manier van zand scheppen.

Via het kanaal werd het kwartszand aanvankelijk vooral naar de glasindustrie in Luik vervoerd, maar Emsens ging al snel een stap verder. Hij richtte in Stevensvennen een eigen glasfabriek op waar flessen en glas voor petroleumlampen werden vervaardigd. Om de lokale arbeiders het vak te leren, werden ervaren glasblazers uit Duitsland aangetrokken. Voor hen liet Emsens woningen bouwen op de Blauwe Kei, waardoor die buurt al snel de bijnaam Klein Duitsland kreeg.

Daarnaast bouwde hij ook een steenfabriek, een houtzagerij, een brouwerij en Hotel de l'Industrie. Hoewel verschillende van die ondernemingen na de Eerste Wereldoorlog verdwenen, vormde de zandwinning de basis van wat later zou uitgroeien tot SCR-Sibelco, vandaag nog altijd de grootste zandproducent ter wereld.

Tijdens de wandeling stonden de deelnemers stil bij enkele overblijfselen uit die periode, zoals de oude fabrieksschouw, de wanden van de zandbak, de voormalige zandputten en Hotel de l'Industrie, dat ondertussen prachtig werd gerestaureerd.

De familie Emsens

Ook het indrukwekkende domein van de familie Emsens kwam uitgebreid aan bod. De Engelse tuin, aangelegd begin twintigste eeuw, was destijds voorzien van vijvers, bruggetjes, bijzondere boomsoorten zoals een reuzensequoia en een uitgestrekte rozentuin maar kende ook wel wat schade na de storm van zaterdagnacht. Verschillende boerderijen in Stevensvennen werden eveneens door de familie gebouwd. Opvallend detail: de kleur van de luiken gaf vroeger aan tot welke tak van de familie de boerderij behoorde.

Volgens Gerd Bloemen drukte de familie Emsens niet alleen economisch, maar ook maatschappelijk haar stempel op Stevensvennen. Ze zorgde voor werkgelegenheid, ondersteunde de fanfare, de voetbalclub en andere verenigingen, hielp mee bij de bouw van de kerk en schonk onder meer ook aan het ziekenhuis van Lommel. Heel wat voormalige zandputten kregen later een nieuwe bestemming als natuur- en recreatiegebied. Zo ontstonden onder meer Kristallijn, Zilvermeer en Sunparks, allemaal op terreinen waar vroeger zand werd gewonnen.

Klein gehucht, bruisend verenigingsleven

Ondanks zijn beperkte omvang kende Stevensvennen een bijzonder levendig sociaal leven. Vanaf 1902 werd er jaarlijks kermis gevierd. Eerst samen met Rauw, later op een eigen datum. Verschillende cafés zorgden voor leven in de brouwerij en tijdens de kermis stonden wielerwedstrijden, volksspelen en later ook een lichtstoet op het programma.

Het gehucht had zelfs een eigen fanfare, Hoop en Moed, een wielerclub en later ook een voetbalploeg. FC Motorclub ontstond in 1957 en dankt zijn opvallende naam aan de Vespa's waarmee de oprichters zich destijds verplaatsten. Vandaag blijft de club nog altijd een belangrijk ontmoetingspunt voor de buurt.

Kerk en school

Ook de geschiedenis van de Sint-Jozefkerk kreeg ruime aandacht. Lange tijd moesten de inwoners van Stevensvennen voor school, kerk en begrafenissen uitwijken naar Rauw of later naar Lommel-Werkplaatsen. Pas in 1939 werd, mede dankzij de financiële steun van de familie Emsens, een eigen kerk gebouwd. Ook een eigen school volgde, waar drie zusters jarenlang lesgaven. Vandaag doet het voormalige schoolgebouw dienst als kinderopvang en wordt gezocht naar een nieuwe bestemming voor de kerk.

Na bijna twee uur wandelen bedankte Gerd Bloemen de talrijke deelnemers voor hun belangstelling, zeker gezien het warme weer. Met haar uitgebreide kennis, persoonlijke herinneringen en aanstekelijk enthousiasme bewees ze dat Stevensvennen veel meer is dan een klein gehucht aan de rand van Lommel. Achter de rustige straten schuilt een verhaal van pioniers, ondernemers, industrie en hechte dorpsgemeenschap, dat nog lang niet vergeten mag worden.

Erfgoedwandelingen gaan de hele zomer verder

Wie de wandeling in Stevensvennen gemist heeft, krijgt deze zomer nog verschillende kansen om samen met Erfgoed Lommel op ontdekking te gaan. Op zondag 26 juli staat een wandeling door Lommel-Centrum op het programma, waar de ontstaansgeschiedenis van de stad centraal staat.

Op zondag 30 augustus trekt Erfgoed Lommel naar Kattenbos, met een wandeling in de Kattenrijt, begeleid door Ferdi Geerts die de deelnemers meeneemt door de rijke geschiedenis van het gebied.

In het kader van Open Monumentendag volgt op zondag 13 september een rondleiding in Lommel-Werkplaatsen, met bijzondere aandacht voor het gerestaureerde Mariapark. Uw gidsen daar zijn Ferdi Geerts en Evelien Dirix.

De laatste erfgoedwandeling van dit jaar vindt plaats op zondag 25 oktober in de Sahara, waar het Schietveld centraal staat.

Meer informatie over de wandelingen is te vinden via de Facebookpagina en de website van Erfgoed Lommel.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.