"Er valt niets meer te beleven in het centrum, dus ga ik er niet meer shoppen.” Het is een vaak gehoorde uitspraak. Toch klopt dat beeld niet helemaal. Ja, er staan panden leeg, maar tegelijk telt het Lommelse stadscentrum nog altijd een verrassend breed aanbod aan zaken – vaak gerund door gedreven ondernemers die er al jarenlang hun passie in leggen. Bij Beeldig Nieuws uit Lommel willen we die handelaars graag in de schijnwerpers zetten, met speciale aandacht voor hun eigen, unieke verhaal.
Van het winkelen kan je dorst krijgen. Dan kan je terecht in De Bourgondiër op het Marktplein. En wie Jef Cremers – of zeg maar Jef De Bourgondiër - vandaag kent van dat gelijknamige café, zou bijna vergeten dat er achter die rustige vastheid een hele horecageschiedenis schuilt. Een geschiedenis van lange dagen, grote ruimtes, volle zalen, snookertafels, competities — en uiteindelijk ook van loslaten en opnieuw beginnen.
Jef staat intussen al bijna 23 jaar in de horeca. Van alle cafébazen in Lommel is hij het langst bezig, een mooie pluim op zijn hoed. Misschien wordt hij wel de nieuwe Plien van de Witte van café De Lindeboom in Lutlommel, vertelt hij al grappend. Al moet hij er dan nog wel heel wat jaren bijdoen om haar te evenaren, laat staan te overtreffen… Jef heeft het vak niet geleerd uit boeken, maar al doende, avond na avond, jaar na jaar. En dat voel je. In hoe hij zijn café runt, in hoe hij praat over zijn klanten, en vooral in hoe weinig hij nog moet bewijzen.
(Lees verder onder de foto)
Voor De Bourgondiër was er een totaal andere zaak: Snooker Erasmus in de Lepelstraat, een grote snooker- en biljartzaak. Jef was er eigenaar en baatte die zaak bijna 18 jaar uit. Het was geen klein café, maar een echte polyvalente plek met meerdere snookertafels, stoppenbiljarts, driebandtafels, darts, clubs en competities. Er werd gespeeld op hoog niveau, er werd getraind, gelachen, gediscussieerd. Het was een plek waar veel mensen een stuk van hun vrije tijd doorbrachten.
Maar het pand was groot, oud en versleten. Toen de normen strenger werden en renovaties zich opdrongen, stond Jef voor een moeilijke keuze. De investering die nodig was om alles in orde te brengen, was enorm. Te groot. En tegelijk voelde hij dat hij na al die jaren toe was aan iets anders. 18 jaar horeca in één zaak is lang. In horecatermen zelfs héél lang.
Hij besloot te verkopen aan een projectontwikkelaar. Het gebouw is ondertussen afgebroken. Geen gemakkelijke beslissing, maar wel een doordachte. Wat volgde, was een jaar zonder zaak. Een jaar waarin Jef zocht. Niet alleen naar een nieuw pand, maar ook naar een nieuwe richting. “Ik heb een jaar rondgezworven,” zegt hij zelf. “Het was wennen, na zoveel jaren vol gas. Maar achteraf bekeken was het nodig.”
Die nieuwe uitdaging vond hij uiteindelijk op het Marktplein. De Bourgondiër had al een geschiedenis, maar was op dat moment al een jaar gesloten nadat de vorige uitbaters Paul en Annie ermee gestopt waren. Jef begon opnieuw van nul. Het café ging op 20 april 2022 opnieuw open, met een duidelijke visie: een bruin café moest een bruin café blijven. De stevige lambrisering, de toog, het hout, de sfeer — dat liet hij allemaal bewust zoals het was. “Dat is geen rommel,” zegt hij. “Dat is degelijk gemaakt. Dat heeft karakter en daar moet je vanaf blijven.” Er staan ook een oude Leuvense stoof en een drietal stokoude radiotoestellen, waarvan de oudste zelfs 100 jaar oud is. Eyecatchers die de zaak echt maken tot wat ze is.
Wat hij wél deed, was het café opnieuw tot leven brengen. Niet met grote ingrepen, maar met bepaalde nieuwe toestellen en accenten, maar vooral met inzet, aanwezigheid en goesting. De Bourgondiër werd geen brasserie, geen eetzaak, geen conceptcafé. Dat was nooit de bedoeling. Jef gelooft in het praatcafé. Een plek waar mensen komen voor gezelschap, voor een goed gesprek, om andere mensen te ontmoeten, voor rust. De muziek staat er nooit luid. En opvallend: niemand vraagt dat ook.
Een grote trots zijn de negen tapkranen, allemaal in gebruik. Jef wisselt regelmatig van bieren, iets wat duidelijk gesmaakt wordt. Geen franjes, geen trends om de trends, maar kwaliteit en afwisseling, het hele jaar door. Dat, gecombineerd met de gezelligheid van het café en het terras op het Marktplein, maakt De Bourgondiër tot wat het vandaag is.
Achteraan de zaak is nog een klein polyvalent zaaltje. Ooit was dat een keuken, vandaag staat er nog één stoppenbiljarttafel, die paste er net in. Het is een stille knipoog naar zijn verleden. De grote snookerzaak is er niet meer, maar helemaal loslaten kon en wilde Jef het spel nooit. En er is ook nog één club die er traint — zelfs in eerste afdeling: De Bourgondiërs. En het zijn echte Bourgondiërs, ze drinken graag een pint en ze eten graag, vertelt hij er met een knipoog bij. Die ene tafel is uiteraard minder dan vroeger, maar precies genoeg. Een stukje continuïteit in een nieuw hoofdstuk.
De Bourgondiër draait Jef niet alleen. Aan zijn zijde staat Bea, zijn vriendin. Toen zij Jef vervoegde bij dit avontuur had zij weinig horeca-ervaring. “Ze is hier echt voor de leeuwen gegooid,” zegt Jef zonder omwegen. Zeker tijdens de zomers, die almaar langer worden. Waar vroeger twee maanden terras normaal waren, zijn dat er nu soms bijna acht. Volle dagen, volle terrassen, constant tempo.
Maar Bea groeide. En hoe. Jef spreekt met oprechte bewondering over haar. Over hoe ze klanten benadert, hoe ze zelfstandig haar plan trekt, hoe snel ze alles oppikte. Voor hem is het duidelijk: zonder haar zou dit niet lukken. Ze zijn een koppel, maar vooral ook een sterk team.
Het leven van een cafébaas is zwaar, zeker als je ’t goed wil doen. Dat verzwijgt Jef niet. Veel en lange dagen, weinig pauzes, vaak rechtstaand eten, laat slapen en vroeg weer op. “Moe zijn is mijn grootste vijand,” zegt hij. Maar hij benadrukt ook wat hem recht houdt: de mensen, de gesprekken, het contact, de vertrouwde gezichten. In Lommel verwachten mensen dat de baas zelf meedraait, en Jef doet dat al jaren met overtuiging.
Hoe lang hij het nog zal blijven doen? Zolang het lichaam mee wil, en zolang de goesting er is. En die goesting is er duidelijk nog. De Bourgondiër is geen eindstation, maar een plek waar alles samenkomt: zijn ervaring, zijn verleden, zijn manier van werken en zijn liefde voor het vak.
Geen grootse woorden, geen spektakel. Gewoon een goed café, gerund door iemand die weet wat het is om eraan te bouwen — en om het elke dag opnieuw waar te maken.
(Foto's Stefan Ackx)
Reactie plaatsen
Reacties
Een week niet geweest is een week niet geleefd.
Altijd fijn en gezellig om even binnen te springen en in de zomer is het zoeken voor een plekje op zijn terras.
Je ben een echte café baas, doe zo verder met je geweldig team acht u.