Kunstwerk aan Blauwe Kei houdt herinnering aan Dodendraad levend

Gepubliceerd op 29 augustus 2026 om 23:36

In Lommel werden vandaag Peter Vanden Eynde en Elisa Poets herdacht, twee inwoners die in 1916 omkwamen aan de Dodendraad. Na een voorstelling in CC De Adelberg werd aan de Blauwe Kei een kunstwerk van Karin Van Ommeren onthuld. Het monument brengt niet alleen hulde aan Peter en Elisa, maar ook aan alle andere slachtoffers van de dodelijke grensversperring. (Foto's Guy Weyns)

Tijdens de bijeenkomst in de kleine zaal van De Adelberg werd uitvoerig teruggeblikt op de Eerste Wereldoorlog. België kreeg in die periode met twee heel verschillende fronten te maken. Aan de IJzer vochten soldaten in de loopgraven, terwijl aan de noordelijke en noordoostelijke grens met het neutrale Nederland een tweede front ontstond. Daar probeerden mensen aan de Duitse bezetting te ontsnappen of de grens over te steken.

Nederland bleef tijdens de Eerste Wereldoorlog neutraal en werd niet bezet. Daardoor vormde de grens voor veel Belgen de overgang van oorlog naar vrijheid. Vluchtelingen, verzetslieden, spionnen en Duitse deserteurs probeerden er Nederland te bereiken. Ook oorlogsvrijwilligers, clandestiene brieven en informatie over Duitse troepenbewegingen werden via deze route verdergebracht.

Om die grensbewegingen tegen te houden, liet de Duitse bezetter vanaf 1915 over een afstand van ongeveer 350 kilometer een elektrische versperring bouwen. De Dodendraad moest vluchten, spionage, smokkel, desertie en het vertrek van Belgische oorlogsvrijwilligers verhinderen.

Op de versperring stond doorgaans een spanning van ongeveer 2.000 volt. Elektriciteit was voor veel mensen toen nog onbekend en nauwelijks aanwezig in het dagelijkse leven. Velen konden zich daarom moeilijk voorstellen dat een aanraking met de draad dodelijk kon zijn. Soms werd het gevaar pas duidelijk nadat een dier of een andere persoon aan de versperring was gestorven.

Minstens 1.280 mensen kwamen aan de Dodendraad om het leven. Velen van hen konden nooit worden geïdentificeerd, onder meer omdat grensgangers bewust geen persoonlijke documenten bij zich droegen. Zo wilden ze voorkomen dat hun familie bij een mislukte oversteek door de Duitsers werd gestraft. Op Lommels grondgebied vielen naar schatting negentig doden, het hoogste aantal van alle gemeenten langs de versperring.

Tijdens de herdenking kregen twee Lommelse slachtoffers opnieuw een gezicht. De 45-jarige Peter Vanden Eynde probeerde op 27 september 1916 samen met twee anderen Nederland te bereiken. Vermoedelijk wilde hij via het neutrale buurland naar het Belgische leger trekken. In de omgeving van De Hutten, het huidige Lommel-Barrier, raakte hij met zijn hiel de elektrische draad. Zijn twee metgezellen bereikten de overkant wel.

Enkele maanden later, op 21 december 1916, kwam ook de 18-jarige Elisa Poets om het leven. Haar vader Victor, beter bekend als Fikske, hielp mensen de grens over en was betrokken bij het clandestiene briefverkeer. Ook Elisa en haar zussen ondersteunden die verzetsactiviteiten. Tijdens een van de gevaarlijke grenspassages raakte Elisa de versperring en werd ze dodelijk geëlektrocuteerd. Verschillende nabestaanden van Peter en Elisa woonden zaterdag de herdenking bij.

Na de voorstelling trok het gezelschap naar de Blauwe Kei voor de onthulling van het monument. Het kunstwerk werd gemaakt door de Nederlandse kunstenares Karin Van Ommeren, die als winnares uit een wedstrijd met drie kandidaten kwam. De keuze werd gemaakt door een jury van Kunstacademie Noord-Limburg.

Het ruim twee meter hoge beeld is vervaardigd uit donker Impala-graniet. Aan de voorzijde is een menselijke figuur te zien die hoog tussen de draden hangt. De figuur verwijst naar het lijden aan de Dodendraad en kan zowel een man, een vrouw als een kind voorstellen. De houding doet tegelijk denken aan een gekruisigde Christus.

Op de achterzijde groeit een margriet naar het licht. Terwijl de klaproos internationaal uitgroeide tot hét symbool van de Eerste Wereldoorlog, kreeg de margriet in Limburg een bijzondere betekenis. Soldaten die achter de IJzer verbleven, plukten en droogden margrieten om ze naar hun geliefden te sturen. In het kunstwerk staat de bloem dan ook voor hoop en vrijheid, die ondanks oorlog, geweld en onderdrukking blijven voortleven.

Het beeld zelf weegt ongeveer twee ton en rust op een sokkel van nog eens een ton. De realisatie gebeurde op initiatief van de Stichting Charlotte J. van der Seijs. De Nederlandse Charlotte van der Seijs woonde jarenlang in Lommel en liet na haar overlijden in 2007 geld na voor de werking van GlazenHuis en voor culturele projecten. Het monument voor de slachtoffers van de Dodendraad is het achtste kunstwerk dat dankzij haar nalatenschap in Lommel werd gerealiseerd.

Met het nieuwe kunstwerk krijgt een aangrijpend hoofdstuk uit de Lommelse oorlogsgeschiedenis een blijvende plaats. Waar de Dodendraad mensen ooit van elkaar scheidde, nodigt het monument voorbijgangers nu uit om stil te staan bij vrijheid, vrede en de slachtoffers die daarvoor hun leven verloren.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.