Vandaag is het dubbel feest in de Stationsstraat. André van André’s Fruit wordt 70 jaar, en tegelijk staat hij vijftig jaar achter zijn kraam – of beter: in zijn winkel. Een halve eeuw groenten en fruit verkopen, dat doe je niet zomaar. Zeker niet als je vandaag de laatste echte groente- en fruitwinkel van Lommel bent. En dat verdiende een feestje! Burgemeester Bob Nijs kwam deze namiddag, vergezeld door een delegatie van het schepencollege én De Oelewappers langs om hem persoonlijk te feliciteren met deze mijlpaal, en hem namens de stad Lommel een geschenkje aan te bieden. (Foto's Guy Weyns)
“Zeventig jaar,” zegt hij zelf, bijna wat ongelovig. “En ik ben begonnen toen ik twintig was.”
Van leurkaart tot winkel
Het verhaal begint niet in Lommel, maar in Balen-Hulsen. Zijn vader leurde met paard en kar van deur tot deur langs de dorpen rond Meerhout, Olmen en Balen. “Kopen en verkopen heb ik altijd graag gedaan. Konijntjes, later schapen. En groenten en fruit verkopen heb ik van thuis meegekregen,” vertelt André. Met een hulpkaart van zijn vader – en later een eigen leurkaart - trok hij zelf de baan op. Eerst met een simpel kraam en een paar paraplu's langs de baan in Oud-Turnhout. “We zijn begonnen met twee paraplu’s en wat schragen. Dan drie. Dan vier.” Hij herinnert zich nog levendig dat ze daar 20 ton aardappelen aan 28 frank voor vijf kilo verkocht hadden gekregen op amper drie dagen tijd. Spotgoedkoop.
Zes dagen op zeven stonden ze langs de weg. Alles zelf opbouwen, ’s morgens vroeg al in de weer. “Om vijf uur waren we al bezig.” Later kwam er een marktwagen, daarna nog een van wel zeventien meter lang. Uiteindelijk belandde André met die marktwagen in Lommel, waar hij eerst in de Stationsstraat naast de kolenboer Van Duffel stond, recht tegenover waar nu de McDonald’s is. Nadien stond hij op de weide naast bakkerij Kadetje.
Het ging niet zonder slag of stoot. Klachten, zeker drie keer naar de rechtbank. “Toen heb ik gezegd: ik koop hier grond en ik bouw.” Maar ook dat vlotte aanvankelijk niet goed. Tot drie keer toe werd de vergunning geweigerd, met de nodige vertragingen tot gevolg. André wilde een winkel die er als een kraam uitziet, want hij had schrik dat de mensen zijn winkel niet binnen gingen komen. Een kraam staat altijd open, in een winkel moet je binnengaan. Uiteindelijk verhuisde hij rond 2000 naar de huidige winkel in de Stationsstraat. Daar staat hij nog altijd.
(Lees verder onder de foto)
Nachten van drie uur
Wie denkt dat een groentewinkel een negen-tot-vijfverhaal is, vergist zich. Terwijl Lommel slaapt, is André vaak al onderweg. “Om half vier ben ik vertrokken vannacht,” zegt hij. Drie keer per week rijdt hij naar Breda voor de grote import van al wat ‘vreemd’ is. Daarnaast haalt hij producten in Antwerpen en rechtstreeks bij telers in Hoogstraten en omgeving.
Aardbeien bijvoorbeeld. “Ik bel mijn vaste kweker zondagavond. Die plukt speciaal voor mij. Wat ik maandag in de winkel verkoop, is diezelfde ochtend geplukt.” Hij legt het verschil uit met de veiling: tegen dat aardbeien via de klassieke weg in de winkel liggen, zijn ze al enkele dagen verder. “Bij ons zijn ze dan meestal al opgegeten, en dan heb ik alweer een kraakverse lading afgehaald. Mijn keten is veel korter. Hetzelfde bij de groenten die ik koop. Verser kan gewoonweg niet.”
Ook horeca is al jaren een belangrijke klant, zowel de Lommelse horeca als de bejaardentehuizen. In Leopoldsburg levert hij al jaren aan het leger waar dagelijks zo’n 1.000 à 1.200 maaltijden worden bereid. “Dat is mijn beste klant,” zegt hij zonder aarzelen. “Onder andere 100 à 150 kg gesneden soepgroenten per week. Maar ge moet altijd leveren. Als ze op u rekenen, moet het er zijn.”
Trots op kwaliteit
André is kritisch voor zijn eigen waar. “Het beste was toen nog niet goed genoeg voor mij,” zegt hij over een levering voor Benin in Noord-Afrika aan het leger, jaren geleden. De straat stond vol diepvries- en koelwagens om de waar naar Zeebrugge te vervoeren. Alles werd streng geselecteerd. “Daar kan ik niet tegenaan om iets half te doen.” Pas na een lange reis van zo’n twee weken konden ze de groenten en fruit opeten. En alles was nog goed, behalve de komkommers. “Ik was er wel curieus naar hoe dat er allemaal ging uitzien ginder!”
Dat betekent ook: zelf kiezen, zelf voelen, zelf vergelijken. “Inkopen is het belangrijkste,” vindt hij. “Als ik mijn product twintig cent te duur koop, is dat voor mijn klanten vijfentwintig cent te duur. En ook: eerlijk duurt het langst. Geen mindere kwaliteit verstoppen achter goede producten. Alles moet even goed zijn.”
Maar de tijden zijn veranderd. Extremere weersomstandigheden maken oogsten onvoorspelbaar. Spanje had slechte jaren, kwaliteit wordt minder, prijzen schieten omhoog. “We zijn courgettes van twee euro en komkommers van tweeënhalve euro gewend geweest. Dat zijn geen leuke momenten.”
En toch blijft hij gaan. “Zo lang ik gezond ben, stop ik niet. Mijn ene dochter is spoedarts, de andere verpleegster. Zij gaan de zaak niet overnemen. Dus als ik stop is het gedaan, maar dat ben ik nog lang niet van plan. Er zijn al wel wat gegadigden voor het pand langsgekomen, want zo’n pand, met zo veel parking errond, dat vind je niet gemakkelijk.”
Greet, de stille kracht
Achter André staat Greet, zijn vrouw, achttien jaar jonger maar minstens even gedreven. “Groot is ze niet, maar het is niet normaal hoeveel werk zij verzet,” zegt hij. Zij doet leveringen in de voormiddag, houdt de boekhouding bij, regelt facturen en volgt de digitalisering op – ook wanneer die niet altijd vanzelfsprekend is. “Stilzitten kan ze niet, maar als ik dat digitale gedoe allemaal ook nog moest doen, was het gedaan,” lacht André.
Samen houden ze de winkel draaiende. Met vast personeel dat al decennia meedraait, waaronder Els die al meer dan 30 jaar meedraait, sinds haar veertiende. Met klanten die al even lang komen. En met een werkritme waar weinig mensen nog aan beginnen: om half acht ’s avonds slapen, om middernacht de wekker, tegen vier uur weer onderweg.
Bescheiden
Dat feestgedruis van vandaag hoefde voor André eigenlijk niet zo. Dat de burgemeester langskwam, vond hij wat onwennig. En dat de fanfare ging passeren? Hij haalt de schouders op. “Ik liet het vandaag maar over mij komen.”
Bescheiden blijft hij. “We zijn tenslotte maar een groenteboerke.”
Maar vijftig jaar zelfstandig ondernemen, in weer en wind, in een sector die bijna verdwenen is uit het straatbeeld – dat mag gezien worden.
Vandaag wordt André 70. En al vijftig jaar kiest hij elke dag opnieuw voor verse waar, eerlijke prijzen en hard werken. In de Stationsstraat weten ze al lang wat ze daaraan hebben. En dat kwamen de burgemeester, schepenen, de Oelewappers en heel veel klanten vandaag mee vieren!
Reactie plaatsen
Reacties