“We zijn wereldberoemd in Lommel.” Met een knipoog trapte Brent Buckler vanavond de set van The Radar Station op gang in een goedgevulde Bar Dada in CC De Adelberg. Of hij het meende? Misschien niet helemaal. Maar dat de band hier een warm nest heeft, werd al snel duidelijk.
Vanaf de eerste noten trok de band het publiek mee in hun kenmerkende sound: gelaagde indierock met filmische flair en echo’s van The National, The War on Drugs en zelfs een vleugje eightiespop à la Peter Gabriel. Met weidse gitaarpartijen, subtiele synths en een ritmesectie die zowel strak als meeslepend klonk. Het type sound waar The Radar Station sinds 2017 patent op heeft.
Vanavond lag de focus vooral op hun tweede plaat Birds Of Choice. De nummers klonken rijper en directer, maar bleven doordrenkt van emotie. Bucklers warme, bezwerende stem kwam live volledig tot haar recht en gaf de songs, samen met het breed uitwaaierende gitaarwerk van Sander Cliquet, extra diepgang. “Kom wat naar voren, het lijkt precies alsof hier moet gedanst worden,” moedigde Buckler het publiek aan. En dat liet zich geen twee keer zeggen: Bar Dada schoof dichter naar het podium en de sfeer werd losser.
Tussen de nummers door was er ruimte voor een kwinkslag én een statement. “Nog een protestsong voor jullie, over een asielcentrum,” kondigde Buckler aan. Het typeert The Radar Station: introspectief, maar met de blik op de wereld gericht. De teksten van Birds Of Choice ontstonden na een periode van persoonlijke omwentelingen, en dat voel je. Er zit urgentie in deze songs, zonder dat ze hun melodieuze kracht verliezen.
Dat de band ondertussen een vaste waarde is binnen de Belgische indiescene, hoeft niet meer gezegd. Sinds hun overwinning bij De Nieuwe Lichting in 2020 en het succes van Life Inside A Tornado – met uitverkochte shows in onder meer AB en Trix – is The Radar Station uitgegroeid tot veel meer dan een belofte.
Na een eerste afscheid – “Bedankt om te luisteren, we hebben nog één lied” – volgde uiteraard een bisronde. En nog één. En nog twee extra nummers. “Maar het moet wel stil zijn,” grapte Buckler, waarna de band opnieuw de spanning opbouwde. Het eerste bisnummer was opnieuw traag en intens, alsof de tijd even werd stilgezet. Daarna volgde een pittige, krachtige afsluiter die Bar Dada nog één keer deed daveren.
En ergens tussendoor dropte Buckler nog een kleine belofte: “Misschien komen we op Rockwood dit jaar.” Als het van Lommel afhangt, zijn ze daar alvast wereldberoemd genoeg voor.
Reactie plaatsen
Reacties