Sociale huisvesting, kinderopvang en afvalbelasting zorgen voor scherp debat in gemeenteraad

Gepubliceerd op 17 december 2025 om 02:48

Tijdens de bespreking van het meerjarenplan 2026–2031 ontspon zich gisterenavond in de Lommelse gemeenteraad een stevig inhoudelijk debat over meerdere beleidskeuzes die een directe impact hebben op het dagelijkse leven van de inwoners. Vooral sociale huisvesting, kinderopvang en de aangepaste afvalbelasting zorgden voor scherpe tussenkomsten van de oppositie en duidelijke replieken van het stadsbestuur.

Discussie over sociale huisvesting: ambitie versus realisme

Gemeenteraadslid Katrien De Ruysscher (Samen Vooruit) trok tijdens de bespreking van het meerjarenplan aan de alarmbel over de sociale huisvesting in Lommel. Ze onderbouwde haar kritiek met cijfers en wees op de hoge woonnood. In Vlaanderen wachten bijna 200.000 huishoudens op een sociale woning, in Limburg alleen al meer dan 22.000. In Lommel telt de stad ongeveer 800 sociale woningen, goed voor amper 5,2 procent van het totale woningaanbod, terwijl de Vlaamse doelstelling op 9 procent ligt.

Volgens De Ruysscher biedt het meerjarenplan weinig concrete handvaten. Ze miste duidelijke projecten en budgetten en noemde de ambitie om in zes jaar tijd 50 sociale woningen te realiseren “te mager”. Ook het gebrek aan extra middelen voor renovatie en energiezuinig maken van bestaande woningen noemde ze een gemiste kans, zeker in tijden van hoge energiefacturen.

Burgemeester Bob Nijs (CD&V) weersprak dat beeld en pleitte voor een realistische aanpak. Hij benadrukte dat de stad niet zelf bouwt, maar samenwerkt met Wonen in Limburg (WIL), waar de effectieve middelen voor sociale woningbouw zitten. “Als stad faciliteren wij,” klonk het. De wettelijke verplichting voor Lommel bedraagt 33 woningen in deze legislatuur, maar het bestuur wil daar bewust boven gaan door te mikken op 50 nieuwe sociale woningen. Volgens Nijs lopen de gesprekken met WIL en beschikt Lommel over gronden die klaarstaan voor toekomstige projecten.

Schepen Joris Mertens vulde aan dat het woonbeleid de voorbije jaren bemoeilijkt werd door het wegvallen van Vlaamse middelen, maar dat de stad blijft inzetten op renovatiebegeleiding, leegstandsbeleid en ondersteuning via het woonloket. De Ruysscher bleef echter aandringen op een grotere inspanning. Nijs hield vast aan zijn standpunt: liever haalbare engagementen dan beloftes die achteraf niet kunnen worden waargemaakt.

Vragen bij omschakeling naar decentrale kinderopvang

Ook in het kader van het meerjarenplan vroeg raadslid Alosya Vandenberk (N-VA) bijkomende toelichting bij de geplande omschakeling naar een decentrale opvangstructuur. Ze herinnerde eraan dat eerder nog sprake was van een nieuwe centrale opvanglocatie, een piste die intussen verlaten werd.

Vandenberk uitte verschillende bezorgdheden. Ze wees op het mogelijke verlies aan aansluiting met stedelijke vrijetijdsactiviteiten, zoals evenementen in en rond het Burgemeesterspark, en op het wegvallen van busvervoer voor kinderen. Daarnaast stelde ze vragen bij scholen die mogelijk niet in het nieuwe model willen stappen, de opvang voor kinderen jonger dan drie jaar en praktische situaties van samengestelde gezinnen en grootouders die vandaag meerdere kinderen op één locatie kunnen ophalen. Ze benadrukte ook het belang van het BOA-decreet, dat inzet op de combinatie van opvang en vrije tijd.

Schepen Katrien Cools (CD&V) verduidelijkte dat de keuze voor decentrale opvang bewust werd gemaakt en ondersteund wordt door een meerjarenbudget van 6 miljoen euro. Ze gaf aan dat het huidige busvervoer zeer beperkt is en dat het BOA-decreet inzet op activiteiten die naar de kinderen worden gebracht. Kinderen onder 2,5 jaar vallen volgens haar niet onder dat decreet, waardoor de stad daarvoor geen middelen mag inzetten.

Cools benadrukte dat alle scholen vandaag al opvang organiseren en dat de bedoeling is die werking te versterken, niet te vervangen. Scholen die tevreden zijn met hun huidige aanbod hoeven niets te veranderen. Ze erkende wel dat praktische knelpunten bestaan en beloofde dat die worden meegenomen in de verdere uitwerking, in overleg met scholen en partners.

Heftige discussie over afvalbelasting

In lijn met het meerjarenplan werd ook een uitgebreid pakket aan retributiereglementen en belastingen goedgekeurd. De meeste daarvan kregen unanieme steun, maar over het belastingreglement voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval ontspon zich een fel debat.

De gemeenteraad keurde de aangepaste afvalbelasting goed, wat betekent dat Lommelse gezinnen vanaf 2026 meer zullen betalen. De stad zal niet langer tussenkomen in de afvalfactuur, terwijl afvalintercommunale Limburg.net voor het eerst in bijna vijftien jaar haar tarieven verhoogt. Gezinnen krijgen bovendien minder huisvuilzakken, rollen worden duurder en ook het vaste tarief stijgt.

Oppositiepartij Samen Vooruit noemde de maatregel asociaal. Raadslid Kris Verduyckt stelde dat de belasting geen rekening houdt met inkomen of gezinssamenstelling en alleenstaanden disproportioneel treft. Voor sommige gezinnen dreigt volgens hem de afvalfactuur bijna te verdubbelen. Bovendien treft de maatregel vooral kwetsbare groepen. Volgens de partij past de verhoging in een bredere trend van stijgende lasten, onder meer door hogere personeelskosten en duurdere stedelijke projecten.

Enkele dagen voor de gemeenteraad verspreidde Samen Vooruit hieromtrent een persbericht waarin de partij waarschuwde voor stijgende belastingen, duurdere waterfacturen, hogere bijdragen voor bedrijven en een forse verhoging van de afvalbelasting. Burgemeester Nijs reageerde tijdens de zitting scherp op dat persbericht en noemde het fundamenteel onjuist en eenzijdig. Volgens hem wordt voorbijgegaan aan de rol van Limburg.net en aan de sociale correcties die de stad blijft voorzien. Het debat over de afvalbelasting kadert volgens het bestuur in bredere keuzes binnen het meerjarenplan, waarin investeringen en dienstverlening moeten worden verzekerd.

Het stadsbestuur benadrukte nogmaals dat de verhoging grotendeels het gevolg is van beslissingen bij Limburg.net en dat het niet om een nieuwe belasting gaat, maar om het stopzetten van een stedelijke tussenkomst. Volgens het bestuur zullen de vrijgekomen middelen worden ingezet voor gerichte sociale ondersteuning via bestaande kanalen.

Samen Vooruit en N-VA stemden tegen, de meerderheid keurde het reglement goed.

Kleinere agendapunten: kerkfabrieken en patrimonium

Tot slot kwamen nog enkele kleinere dossiers aan bod, waaronder de meerjarenplanning 2026–2031 van de Lommelse kerkfabrieken. Daarbij ontstond discussie over de kerk van Stevensvennen, waarvoor geen budget meer is voorzien. Volgens het stadsbestuur is het project voorlopig van de agenda verdwenen en wordt het de komende zes jaar niet opgenomen, al kan dat later wijzigen. Kris Verduyckt (Samen Vooruit) interpreteerde dit als een stopzetting, wat tot discussie leidde.

Verder kwamen vragen van Rina Ven (Samen Vooruit) over het Clerinx-orgel in de kerk van Lutlommel. Dat staat nog altijd in de kerk en wordt te koop aangeboden, maar voorlopig is er geen concrete interesse, ook niet vanuit de kunstacademie. Daarnaast werd verduidelijkt dat er nog beperkte budgetten voorzien zijn voor kerken die niet langer in gebruik zijn, onder meer voor verwarming en administratie. Ook over de toekomstige invulling van de kerk van Lutlommel, die verkocht zou zijn, kon geen duidelijkheid worden gegeven.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.