Kettingreactie
Kettingreactie is een reeks gesprekken met mensen die, elk op hun eigen manier, mee het verhaal van Lommel schrijven. Mensen – bekend of iets minder bekend – die iets betekenen in Lommel. In elk interview beantwoorden zij een relatief vaste reeks vragen over hun leven, hun drijfveren en wat hen beweegt. Niet om snelle antwoorden te krijgen, maar om stil te staan bij wie iemand is achter zijn of haar rol. Aan het einde van elk gesprek kiest de geïnterviewde zelf de volgende persoon. Zo ontstaat er een ketting van verhalen, waarin mensen elkaar doorgeven, elkaar verbinden en telkens een nieuw perspectief toevoegen.
Na burgemeester Bob Nijs en pater Maurits is kunstenaar en leerkracht Koen Lemmens de derde schakel in onze Kettingreactie. Pater Maurits koos hem niet toevallig. Hij kent Koen al van zijn jonge jaren, toen die in de kerk op de Balendijk zijn eerste grote kunstwerken mocht maken. Wat begon met een eenvoudige vredesduif, groeide uit tot een leven waarin kunst, onderwijs en geloof voortdurend met elkaar verweven raakten.
Koen is een geboren verteller, met een aanstekelijke humor, een grote liefde voor schoonheid en een opmerkelijk oog voor details. Tijdens een uitgebreid gesprek vertelt hij over zijn jeugd, de mensen die hem kansen gaven, zijn werk als kunstenaar en leerkracht, maar ook over zijn geloof, zijn relatie met Peter en de ervaringen die hem gevormd hebben.
In dit eerste deel keren we terug naar het begin. Naar een jongen die al vroeg tekende en schilderde, een moeder die hem leerde open te staan voor anderen en een pater die hem de vrijheid gaf om zijn creativiteit te ontdekken. En naar de kunstenaar die hij vandaag is, voor wie zelfs de kleinste dingen een verhaal kunnen vertellen.
Hoe zou u zichzelf omschrijven in 3 woorden? Wat zeggen die eigenschappen over wie Koen Lemmens is?
Religieus, heel creatief en verbeeldingsvol. Vooral die verbeelding vind ik belangrijk. Als kunstenaar heb je ze nodig om iets te creëren, maar ik probeer ze ook aan mijn leerlingen mee te geven. Verbeelding is niet alleen iets wat je op papier gebruikt. Ze helpt je om anders naar het leven en de wereld te kijken en je geest open te houden.
Ik ben ook een religieus kunstenaar, al bedoel ik dat veel breder dan alleen rooms-katholiek. Religie kan voor mij evengoed raken aan het jodendom, de islam, het hindoeïsme of andere tradities. Wat mij vooral interesseert, is de mystiek: het zoeken naar iets wat groter is dan wijzelf.
Als kind heeft iedereen dromen over later. Wat wilde u als jongen worden? Zat de kunstenaar of creatieveling toen al ergens in u? En wanneer besefte u dat u daar écht iets mee wilde doen?
Die creativiteit heeft er volgens mij altijd ingezeten. Eigenlijk was ik van bij het begin al creatief, al bestaat daar thuis een nogal onsmakelijke anekdote over.
Toen ik nog een baby was, kwam een buurvrouw naar mij kijken. Mijn moeder had mij even in de box gelegd terwijl ze mijn zus de grote baan overhielp op weg naar school. Intussen had ik mijn luier weten te bereiken en zowat de hele box en omgeving 'versierd'. Ik zeg dus altijd dat mijn eerste kunstwerk misschien niet meteen een hoogtepunt was, maar dat ik van in het begin al creatief was. Later dacht ik trouwens even aan keramiek. Blijkbaar wilde ik gewoon in hetzelfde materiaal blijven werken! (lacht)
Maar tekenen en schilderen deed ik echt van jongs af aan. Rond mijn dertiende ging ik naar de academie. Ik was ook gefascineerd door de grote schilderijen van Jacques-Louis David, de hofschilder van Napoleon. Als vijftienjarige had ik een afbeelding van de kroning van Napoleon aan mijn slaapkamerdeur hangen.
Er zijn gelukkig mensen geweest die mijn talent zagen en mij kansen gaven. Op de academie had ik bijvoorbeeld een leerkracht, juffrouw Thea, die heel goed kon aanvoelen wat er in iemand zat. Zulke mensen heb ik verschillende keren ontmoet: mensen die mij niet vertelden wat ik moest maken, maar die mij vertrouwen gaven.
Pater Maurits was daarin bijzonder belangrijk. Hij kwam op de Balendijk toen ik nog jong was. Onze kerk was eigenlijk een eenvoudige zaalkerk, bijna een turnzaal. Op een bepaald moment zei hij: ‘Ge kunt toch goed tekenen. Wilt ge tegen Pasen niet iets maken voor tegen die muur?’
Samen met mijn ouders plakte ik grote vellen papier aan elkaar en daarop tekende ik een enorme vredesduif in pastel. Op onze tafel thuis leek dat gigantisch, maar eenmaal in de kerk was het eigenlijk maar klein.
Toch ging daarmee een deur open. Ik mocht er experimenteren met verf, doek, materialen en grote ruimtes. Wat begon met die ene vredesduif groeide uit tot monumentale decors. Op een bepaald moment hadden we zelfs een grote valse muur waarop ik kon schilderen. Vier keer per jaar kreeg het koor een heel andere aanblik.
Die kerk werd eigenlijk mijn eerste atelier. Soms lag alles op zaterdagmorgen vol verf en materiaal, alsof er een bom ontploft was. Pater Maurits zal weleens gedacht hebben: "Dit komt nooit meer goed...". Maar het kwam altijd goed, ook dankzij mijn moeder, die mee hielp opruimen.
Mijn opleiding verliep ondertussen niet helemaal zoals ik aanvankelijk wilde. Mijn ouders zagen weinig toekomst in kunstonderwijs, dus ben ik eerst elektromechanica gaan studeren. Daarna koos ik toch voor kunst, maar moest ik enkele jaren terug om de juiste vooropleiding te volgen. Zo kwam ik in de kunsthumaniora in Hasselt terecht en later in het hoger kunstonderwijs.
Achteraf bekeken was dat geen verloren tijd. Ik heb er technieken geleerd, vrienden gemaakt en veel ervaring opgedaan. Bovendien had ik dankzij pater Maurits al een plek gehad waar ik vrij kon experimenteren met monumentale vormen. Dat was een enorme voorsprong.
Soms bestaat een leven gewoon uit de juiste mensen die op het juiste moment een deur voor je openen. Daar heb ik veel geluk mee gehad.
(Lees verder onder de foto)
Welke waarden of levenslessen hebt u van thuis uit meegekregen? Herkent u die vandaag nog in de manier waarop u leeft en werkt?
Vooral openheid en een sterk sociaal gevoel.
Mijn vader was een traditionele man die heel hard werkte. Mijn moeder was gelovig, maar tegelijk heel ruim en vrij in haar denken. Dat heeft voor mij enorm veel betekend.
Ik heb al heel jong verteld dat ik homoseksueel was. Dat was voor mijn ouders natuurlijk niet iets waarop ze voorbereid waren en daar zijn ook emoties bij geweest. Maar mijn moeder heeft mij nooit het gevoel gegeven dat ik daardoor minder waard was. Haar bezorgdheid was vooral dat ik het misschien moeilijker zou krijgen in de wereld.
Die openheid probeer ik zelf te bewaren. Dat betekent niet dat je alles zomaar moet aanvaarden, maar wel dat je eerst bereid moet zijn om te kijken en te luisteren voordat je oordeelt. Zeker in het onderwijs is dat belangrijk, omdat jongeren vandaag met heel uiteenlopende verhalen, achtergronden en problemen naar school komen.
Mijn ouders hadden ook een enorm sociaal gevoel. Als iemand hulp nodig had, werd er geholpen. Soms denk ik al lachend: papa, waarom hebt ge ons dat toch meegegeven? Want daardoor heb je zelf altijd het gevoel dat je iets moet doen. Maar eigenlijk ben ik daar heel dankbaar voor.
Ik herken die houding ook bij mijn broer en zussen. En ik probeer ze zelf door te geven, zowel aan mijn leerlingen als via mijn kunst. Ik wil niet alleen iets moois maken. Er mag ook een boodschap of een engagement in zitten.
U bent kunstenaar, leerkracht expressie en daarnaast bijzonder actief binnen de Lommelse geloofsgemeenschap. Als iemand vraagt wat u doet, wat antwoordt u dan eigenlijk?
Ik ben beeldend kunstenaar. Eigenlijk dekt dat voor mij heel veel, al loop ik daar niet mee te koop. Mensen hebben soms een romantisch beeld van een kunstenaar: een groot atelier met noorderlicht, enorme schilderijen en overal verf.
Ik héb boven een atelier, maar vaak zit ik gewoon aan een tafel te werken. Mijn werken zijn tegenwoordig meestal maximaal één meter op één meter. Heel praktisch, want dan passen ze tenminste in de auto! Dat is nogal een verschil met vroeger, toen ik decors en werken van vijf of tien meter maakte.
Maar ook leerkracht zijn hoort sterk bij wie ik ben. Ik geef expressie en kunst en wil jongeren niet alleen technieken aanleren. Ik wil hen vooral leren kijken, hun verbeelding gebruiken en ontdekken dat er veel meer manieren zijn om iets te zien dan ze misschien denken. In die zin liggen lesgeven en kunstenaar zijn voor mij eigenlijk heel dicht bij elkaar.
Hetzelfde geldt voor mijn werk binnen de geloofsgemeenschap. Of ik nu lesgeef, een tentoonstelling maak, een kerk aankleed, fotografeer of zelf kunst maak: uiteindelijk ben ik telkens bezig met kijken, verbeelden, schoonheid zoeken en iets daarvan aan andere mensen doorgeven.
(Lees verder onder de foto)
(Foto ©Manu Bloemen)
Wat betekent kunst voor u persoonlijk? Is het vooral een manier om schoonheid te creëren, iets te vertellen, gevoelens uit te drukken of nog iets helemaal anders? En waar haalt u uw inspiratie vandaan?
Schoonheid is voor mij ontzettend belangrijk. Ik heb schoonheid bijna nodig om te kunnen leven. Ik kan gelukkig worden van een mooi voorwerp, een schilderij, muziek, een bloem, een oud boek of gewoon het licht dat 's morgens door het raam valt. Maar ook van het decor van een opera kan ik helemaal achterovervallen.
Mijn man Peter noemt ons huis soms lachend een schietkraam, omdat overal dingen staan. Maar voor mij hebben die voorwerpen verhalen. Dat hoeft geen kostbare kunst te zijn. Zelfs eenvoudige vintage ijscoupes van Ikea kunnen mij raken omdat er een herinnering, een verhaal aan vasthangt.
Ik vraag me soms af of je dezelfde ontroering kunt voelen bij een vlinder als in een enorme kathedraal. Voor mij kan dat. Je kunt overweldigd worden door de grootsheid van een wondermooi kerkgebouw, maar evengoed door een vlinder die voorbij fladdert.
Met muziek heb ik dat ook. Soms kan één klein muzikaal interval mij al tranen in de ogen bezorgen. En tijdens een gezinsviering gebeurt het weleens dat ik zelf geëmotioneerd raak wanneer ik een evangelieverhaal, waarin ik die enorme liefde van God voel, aan kinderen vertel.
Inspiratie haal ik eigenlijk uit alles. Een boek, een muziekstuk, een gesprek of iets wat ik toevallig op straat zie.
En schoonheid hoeft helemaal niet duur te zijn. Ik zeg soms tegen Peter: zelfs als we ooit arm zijn en alleen nog een blik bonen in tomatensaus kunnen opentrekken, eten we die van een mooi bord, met een servet en zilveren bestek.
Dat gaat niet over decadentie, maar over zorg. Ik kan een hele dag bezig zijn met het mooi dekken van een tafel, zelfs als het maar voor ons twee is. Een eredienst zie ik op dezelfde manier. De ruimte, de bloemen, de muziek, het licht: alles vertelt mee.
Misschien is dat uiteindelijk mijn drijfveer als kunstenaar: proberen iets van die verwondering en schoonheid door te geven.
U fotografeert ook. Wat zoekt u wanneer u door een lens kijkt? Is fotografie voor u anders dan andere vormen van kunst waarmee u bezig bent?
Met een camera kijk ik met een ander oog. Ik ken Parijs bijvoorbeeld heel goed, maar wanneer ik er met mijn fototoestel rondloop, ontdek ik telkens nieuwe details.
Mijn eerste grote tentoonstelling in Lommel was trouwens een fototentoonstelling, met foto's van een hele knappe vriend van mij, in de tentoonstellingsruimte onder het oude raadhuis. In die tijd ontwikkelden we onze foto's nog zelf in de donkere kamer. Voor sommige portretten smeerden we zelfs vaseline op de lens om een zacht, wazig effect te krijgen. Tegenwoordig zet je daar gewoon een filtertje voor op je toestel.
Ik heb ook een tijdlang samen met mijn schoonbroer huwelijksreportages gemaakt. Hij leerde mij veel over fotografie. Ik maakte albums waarin ik foto's aanvulde met tekeningen en aquarellen. Dat was veel werk, maar de mensen vonden het prachtig.
Ook met mijn leerlingen heb ik heel wat fotografieprojecten gedaan. Leerlingen moesten bijvoorbeeld een voorwerp meenemen dat iets over henzelf vertelde en daar maakten we portretten rond. En op uitstap naar Parijs moesten ze een originele postkaart fotograferen en die vervolgens echt naar mij opsturen. Pas wanneer die kaart aankwam, waren hun punten compleet.
Voor mij hoeft fotografie technisch niet nodeloos ingewikkeld te zijn. Soms zit juist in een onscherp of onvolmaakt beeld iets heel moois. Ik zoek vooral licht, sfeer en details die anders misschien onopgemerkt blijven.
Zijn er kunstwerken of projecten die u zelf hebt gemaakt en die voor u een bijzondere betekenis hebben? Waarom juist die?
Een werk dat mij heel dierbaar is, is Infinitas bij Sint Oda (foto's onder). Daar kreeg ik de opdracht om een serene herdenkingsplek te ontwerpen voor overleden bewoners en zorggebruikers. Samen met een tuinarchitect ontwierp ik een monumentaal werk in de vorm van een oneindigheidsteken, een liggende acht. Aan de ene kant is er een levende, groene ruimte waar klimop groeit. Aan de andere kant ligt een meer besloten plek met hout, waar mensen kunnen zitten en tot rust komen.
Tijdens een bezoek aan Auschwitz had ik ooit een metalen boom gezien waaraan namen verbonden waren. Dat beeld is mij bijgebleven. Bij Sint Oda hebben we daarom een boom geplant met een metalen constructie waaraan blaadjes hangen. Telkens wanneer iemand overlijdt, komt er een metalen blad met zijn of haar naam bij. Op 1 november worden de nieuwe blaadjes tijdens een herdenking aan de boom bevestigd.
Het mooie is dat die boom blijft groeien, zowel letterlijk als symbolisch.
Bij de opening waren ook de namen opgenomen van mensen die al eerder overleden waren. Ik herinner me hoe familieleden en bewoners naar die namen zochten. Dat raakte mij enorm. Die mensen waren niet verdwenen: hun naam had opnieuw een plaats gekregen. Ook de naam van Stijn Seresia, het zoontje van notaris, ex-burgemeester van Overpelt en grondlegger van Sint-Oda Gilbert Seresia, staat op een gouden blaadje in de boom, samen met dat van Gilbert een van de weinige gouden blaadjes.
Ik vind het waardevol dat zo'n werk blijft bestaan wanneer ik er zelf niet meer ben. Ik heb op verschillende plaatsen monumentale werken mogen realiseren. Misschien zijn dat niet de werken waarmee je in glossy kunsttijdschriften verschijnt, maar het zijn wel werken waarmee mensen leven. En daar ben ik heel dankbaar voor.
Wordt vervolgd...
Met Infinitas laat Koen zien dat kunst voor hem veel meer is dan iets moois maken. Het gaat ook over herinneringen, mensen raken en iets achterlaten dat betekenis heeft voor anderen. Diezelfde overtuiging neemt hij mee naar het klaslokaal, waar hij jongeren probeert te leren kijken met een open geest.
In het tweede deel van onze Kettingreactie vertelt Koen over zijn leerlingen, de soms verrassende lessen die zij hem zelf leren en zijn jarenlange betrokkenheid bij de Lommelse geloofsgemeenschap. Ook spreekt hij openhartig over zijn homoseksualiteit, zijn persoonlijke geloof en de moeilijke momenten die hij binnen de kerk heeft gekend.
Reactie plaatsen
Reacties