Van Lommelse zandtapijten tot Japanse zentuinen: kunst en erfgoed ontmoeten elkaar

Gepubliceerd op 30 oktober 2026 om 23:54

Wat hebben de traditionele Lommelse zandtekeningen gemeen met de Japanse zentuinen? Meer dan je op het eerste gezicht zou denken. Tijdens een panelgesprek in CC De Adelberg gingen kunstenaar Dirk Hamblok, japanoloog Carl De Coster en archeoloog Ferdi Geerts vanavond op zoek naar de overeenkomsten tussen beide tradities. Onder leiding van kunsthistorica Marieke Missotten ontstond een gesprek over kunst, natuur, vergankelijkheid en de menselijke behoefte om iets moois te creëren. Ook de toekomst van het Lommelse zandstrooien en de betekenis van hedendaagse kunst kwamen uitgebreid aan bod.

De aanleiding voor het panelgesprek was de tentoonstelling We are all made of stars van Dirk Hamblok. De kunstenaar liet zich voor zijn werken inspireren door de natuur, stenen en Japanse tuinen, maar wilde tegelijk een verbinding maken met zijn Lommelse roots.

De titel van de tentoonstelling verwijst naar het ontstaan van het heelal en de verbondenheid tussen alle mensen. "We zijn allemaal mensen. Als we naar de kern gaan, zijn we gelijk", vertelde Hamblok. Die gedachte vormt een rode draad door zijn werk, waarin hij voortdurend zoekt naar overeenkomsten tussen culturen en naar de plaats van de mens in het grotere geheel.

Stenen en zand met een diepere betekenis

Carl De Coster, directeur van de Japanse Tuin in Hasselt, nam het publiek mee naar de oorsprong van de Japanse zentuinen. Die ontwikkelden zich vanaf de dertiende en veertiende eeuw onder invloed van het zenboeddhisme. De stenen, het grind en de zorgvuldig aangebrachte patronen hebben er een symbolische betekenis. De rotsen verwijzen naar vaste structuren zoals bergen, terwijl het geharkte grind water en beweging kan voorstellen. Een zentuin vormt zo een vereenvoudigde weergave van de wereld en het universum.

De Coster verwees naar de beroemde Ryoan-ji-tempel in Kyoto, waar vijftien stenen zo zijn opgesteld dat bezoekers ze vanuit de gebruikelijke kijkposities nooit allemaal tegelijk kunnen zien. Volgens hem schuilt daarin een filosofische boodschap: de mens kan nooit alles volledig begrijpen of overzien.

Ook het onderhouden van zo'n tuin heeft betekenis. Het zorgvuldig harken van het grind vraagt concentratie en herhaling. Daarbij gaat het niet uitsluitend om het eindresultaat, maar ook om de handeling zelf.

Die gedachte bracht het gesprek bij een opvallende vergelijking met het traditionele Lommelse zandstrooien.

Boerinnen versierden hun vloeren met wit zand

Ferdi Geerts, voormalig archeoloog bij Erfgoed Lommel, vertelde hoe Kempische boerinnen vroeger op zondagmiddag hun rode tegelvloeren versierden met wit zand. Met eenvoudige, golvende lijnen en krullen brachten ze decoratieve patronen aan, meestal langs de muren, onder tafels of op plaatsen waar weinig werd gelopen. Om de versieringen langer te bewaren, werd het zand verwarmd en de vloer met zoutwater bevochtigd. Toch verdwenen de patronen geleidelijk door het dagelijkse gebruik van de woning. Na enkele dagen werden ze bijgewerkt en uiteindelijk volledig weggeveegd.

Het zandstrooien gebeurde niet uitsluitend binnenshuis. In de meimaand werden soms kapelletjes versierd en met Allerheiligen werden ook zandpatronen aangebracht op graven.

Een opvallend gebruik was dat jonge boerendochters de drempel van hun woning met witte zandkrullen versierden. Daarmee konden ze aan mogelijke vrijers tonen wat ze in hun mars hadden. Of dat daadwerkelijk tot meer huwelijksaanzoeken leidde, kon Geerts niet bevestigen, wat voor een luchtig moment tijdens het gesprek zorgde.

Marieke Missotten vroeg zich af of het zandstrooien voor de vrouwen ook een vorm van meditatie kon zijn.

Geerts wilde die vergelijking niet zomaar maken. "Het was vooral uitdrukking geven aan een esthetisch gevoel, het eigen huis mooi maken", verduidelijkte hij. Toch kon hij zich voorstellen dat de activiteit voor sommige boerinnen een moment van rust betekende, na een zware werkweek waarin het landbouwbedrijf en het huishouden voortdurend aandacht vroegen.

Ook De Coster zag overeenkomsten met het dagelijkse werk van Japanse monniken. Het harken van grind maakt in tempels immers deel uit van hun dagelijkse bezigheden. Beide tradities vragen aandacht, concentratie en herhaling, al waarschuwde hij ervoor om zulke werkzaamheden niet te sterk te romantiseren.

Traditie verandert met de samenleving

Na de Tweede Wereldoorlog verdween het oorspronkelijke Kempische zandstrooien geleidelijk. De traditionele boerderijen maakten plaats voor andere woningen en ook de leefgewoonten veranderden.

In de jaren tachtig kreeg het Lommelse zandstrooien een nieuwe impuls. Onder andere Theo Grobben en Walter Engelen droegen bij aan de ontwikkeling van grotere, kleurrijke zandtapijten met herkenbare afbeeldingen.

Volgens Geerts verschilt die hedendaagse kunstvorm sterk van de oorspronkelijke traditie. Waar vroeger een boerin individueel haar woning versierde, worden vandaag zandtapijten gemaakt die bestemd zijn voor een breed publiek.

Het Lommelse zandstrooien werd in 2026 erkend als Vlaams immaterieel cultureel erfgoed. Toch betekent die erkenning niet dat de toekomst automatisch verzekerd is. Geerts wees op de moeilijkheid om voldoende nieuwe beoefenaars te vinden. Hij vroeg zich af of het zinvol zou zijn om opnieuw aandacht te besteden aan de oorspronkelijke technieken en de huiselijke manier van zandstrooien.

De vraag hoe tradities kunnen blijven bestaan in een veranderende samenleving werd daarmee een belangrijk thema van de avond.

Vrijheid vinden door regels te volgen

Een ander opvallend onderwerp was het verschil tussen de Japanse en westerse kijk op creativiteit.

De Coster legde uit dat kunstenaars in Japan vaak jarenlang dezelfde technieken en bewegingen oefenen. Als voorbeeld verwees hij naar de traditionele theeceremonie, waarbij zowel de gebruikte voorwerpen als de handelingen zorgvuldig worden gekozen. Pas wanneer iemand een techniek volledig beheerst, ontstaat ruimte om er persoonlijke accenten aan toe te voegen.

"Japanners vinden vrijheid in de structuur", vertelde De Coster. Dat verschilt volgens hem van de westerse opvatting, waarin persoonlijke expressie vaak juist wordt verbonden met het doorbreken van regels.

Hamblok herkende zich niet volledig in die Japanse werkwijze. Hij vertelde dat zijn kunst ontstaat vanuit verschillende interesses, indrukken en ervaringen die hij met elkaar probeert te verbinden. Stenen, de natuur, het universum en existentiële vragen keren regelmatig terug in zijn werk, maar hij geeft zichzelf veel vrijheid om te experimenteren.

Stenen bewerken als vorm van maatschappijkritiek

Hamblok vertelde ook uitgebreid over zijn fascinatie voor stenen en rotsblokken. Vooral hun ouderdom en natuurlijke oorsprong spreken hem aan. Hij bekijkt een steen vaak lange tijd voordat hij beslist welke ingreep hij wil uitvoeren. Iedere steen vraagt volgens hem een andere aanpak.

Het bewerken van die materialen is fysiek zwaar en vraagt veel concentratie. Toch haalt hij juist uit dat arbeidsproces een grote voldoening.

In zijn kunst onderzoekt hij de verhouding tussen mens en natuur. Sommige werken combineren natuurlijke rotsvormen met strak bewerkte vlakken. Andere bestaan uit beton of cement en roepen de vraag op wat eigenlijk nog natuurlijk is.

Daarmee stelt Hamblok ook de manier waarop mensen met grondstoffen omgaan ter discussie. We halen voortdurend materialen uit de natuur, bewerken ze en maken er nieuwe producten van. Maar hoeveel respect hebben we daarbij nog voor hun oorspronkelijke waarde?

De Coster merkte op dat sommige werken van Hamblok in een traditionele Japanse tuin bijzonder vernieuwend zouden zijn. Tegelijk benadrukte hij dat ook de Japanse tuinkunst evolueert en ruimte biedt aan moderne interpretaties.

De schoonheid van kleine dingen

Aan het einde van het gesprek vroeg Missotten aan de panelleden welke boodschap zij de aanwezigen wilden meegeven.

De Coster vertelde over zijn kleine stadstuintje van tien bij vijf meter. Ondanks de beperkte oppervlakte beschouwt hij het als een van de mooiste plekken die hij kent. Hij geniet ervan om te kijken hoe mos tussen de voegen verschijnt of hoe een jonge varen groeit. De schoonheid zit volgens hem juist in die kleine, tijdelijke verschijnselen. Een plantje verdwijnt misschien na enkele dagen, maar dat maakt het moment waarop het er wel is niet minder bijzonder.

Geerts sloot daarbij aan met een oproep om op een regenachtige, winderige namiddag eens naar de Lommelse Sahara te trekken. "Ga daar rustig in het zand zitten. Je broek zal wellicht nat worden, maar dat is niet zo erg", vertelde hij.

Wie aandachtig kijkt, ziet volgens hem hoe wind en water voortdurend nieuwe patronen en kleine landschappen vormen. Hij verwees ook naar archeologische opgravingen in Lommel, waarbij onderzoekers sporen van een landschap uit het einde van de laatste ijstijd blootlegden. De natuurlijke structuren en kleuren deden hem denken aan een schilderij.

De natuur is volgens Geerts zelf een kunstenaar. Daarvoor hoeven mensen niet altijd naar verre landen te reizen.

Moby en de kracht van verwondering

Ook Hamblok kreeg de vraag wat hij zijn bezoekers wilde meegeven. Missotten vertelde dat zijn tentoonstelling bij haar verschillende zintuigen had aangesproken. De stenen riepen niet alleen beelden op, maar ook de behoefte om ze aan te raken. Zelfs geuren en muziek kwamen bij haar naar boven.

Hamblok benadrukte dat hij met zijn kunst mensen wil raken, verwonderen en tot nadenken aanzetten.

Als muzikale verwijzing koos hij het nummer We Are All Made of Stars van Moby, dat dezelfde titel draagt als zijn tentoonstelling. Hij vertelde dat hij het lied die namiddag thuis nog herhaaldelijk had beluisterd ter voorbereiding van het panelgesprek.

Tijdens de vragenronde kwam ook de internationaal bekende Lommelse kunstenaar Kasper Bosmans ter sprake. Zijn werk vertrekt eveneens vaak vanuit plaatselijke tradities, historische symboliek en volksgebruiken, die hij vertaalt naar hedendaagse kunst. Daarbij werd onder meer verwezen naar zijn belangstelling voor de Kempische zandstrooitraditie.

Een andere vraag ging over de manier waarop Hamblok zijn kunstwerken ontwikkelt. De kunstenaar vertelde dat hij zich door vrijwel alles laat inspireren en verschillende ideeën met elkaar verweeft totdat er een nieuw werk ontstaat. Hoewel zijn belangstelling voor Japan groot is, heeft hij het land zelf nog niet bezocht. Een reis staat voor volgend jaar op zijn planning.

Tot slot werd ook de humor in Hambloks werk aangehaald. Ondanks de vaak zware filosofische thema's bevatten zijn kunstwerken geregeld een kwinkslag. Die zorgt voor lichtheid en biedt bezoekers ruimte om de werken op verschillende manieren te interpreteren.

Hamblok bevestigde dat hij bewust speelse elementen verwerkt, al ontdekt niet iedereen dezelfde betekenislaag. Ook de verbeeldingskracht en het vermogen om met een kinderlijke verwondering naar de wereld te kijken, spelen daarbij een rol.

Zo werd het panelgesprek in De Adelberg meer dan een vergelijking tussen twee kunsttradities. Van de eenvoudige zandkrullen op een Kempische boerderijvloer tot de zorgvuldig geharkte patronen in een Japanse zentuin en de bewerkte stenen van Dirk Hamblok: telkens keerde dezelfde menselijke behoefte terug om schoonheid te creëren, betekenis te zoeken en iets van zichzelf achter te laten.

De belangrijkste boodschap van de avond was misschien wel dat schoonheid niet altijd in het grootse of spectaculaire schuilt. Soms volstaat een zandpatroon, een steen of een klein plantje om met andere ogen naar de wereld te kijken.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.