Wie vandaag door de Lommelse Sahara wandelt, denkt vooral aan zandvlaktes, bossen en prachtige natuur. Maar dat hier ooit kanonnen werden afgevuurd, granaten ontploften en zelfs antipersoonsmijnen werden getest, weten wellicht heel wat minder mensen. Zondagnamiddag 25 oktober nam gids Ferdi Geerts van Erfgoed Lommel meer dan vijftig geïnteresseerden, en enkele honden, mee op ontdekkingstocht door dit bijzondere stukje Lommelse geschiedenis. Ondanks het wisselvallige herfstweer bleef het vrijwel de hele wandeling droog. Pas tegen het einde vielen enkele druppels. (Foto's Lieve De Bleser)
Het was meteen de laatste maandelijkse erfgoedwandeling van dit jaar. Na eerdere tochten door onder meer Kattenbos, Stevensvennen en het stadscentrum ging het deze keer niet over een gehucht, maar over een voormalige industriële site. Want achter het rustige landschap van de Sahara schuilt een verrassend verleden.
Een schietveld midden in de Sahara
Het verhaal begint in 1881, toen de Franse onderneming Compagnie de la Forcite grond kocht op de grens van Balen en Lommel, op de plaats genaamd Vuurbergen. Enkele jaren later startte daar de productie van springstoffen. In 1920 kwam de fabriek in handen van de Poudreries Réunies de Belgique, beter bekend als PRB.
Na de Tweede Wereldoorlog, tijdens de Koude Oorlog, draaide de munitiefabriek op volle toeren. Al die munitie moest natuurlijk getest worden en afgekeurde exemplaren moesten veilig vernietigd kunnen worden. Daarom werd in 1959 een schietveld ingericht in de Lommelse Sahara, op een terrein van ongeveer 400 meter breed en een kilometer lang, tot bijna aan het kanaal Bocholt-Herentals.
De Sahara zag er toen trouwens helemaal anders uit. Van de huidige bossen was nauwelijks sprake. Het gebied bestond uit een enorme stuifzandvlakte, die op haar hoogtepunt bijna 600 hectare besloeg. Voor de PRB was dat bijzonder interessant: weinig begroeiing, veel open ruimte en een afgelegen ligging.
Van zinkfabriek tot zandwoestijn
Stuifzanden en stuifduinen kwamen in Lommel al eeuwen vóór de komst van de industrie voor. Door onder meer begrazing en het afplaggen van heide ontstonden kale plekken waar de wind vrij spel kreeg. Zo vormden zich onder andere de Wijerkense Bergen.
Maar met de komst van de zinkfabriek in Lommel-Werkplaatsen in 1904 nam de zandverstuiving enorme proporties aan. De uitstoot van zware metalen vernietigde grote oppervlakten heidevegetatie. De wind kreeg daardoor nog meer vat op het zand, dat op zijn beurt andere stukken heide bedekte. Zo groeide het gebied uit tot een gigantische zandvlakte.
Na de Tweede Wereldoorlog probeerde men het stuifzand onder controle te krijgen door dennen aan te planten. Er werd zelfs zogenaamd 'stadsmest' aangevoerd om de bodem vruchtbaarder te maken. Dat bleek echter vooral huishoudelijk afval uit onder meer Antwerpen en Brussel te zijn. Bij onderzoek in 1954 bleek dat het materiaal nog geen tien procent organische stof bevatte. De rest bestond onder andere uit allerlei afval, waarvan vandaag nog sporen in de bodem terug te vinden zijn.
(Lees verder onder de foto's)
Een rode vlag en een handbediende sirene
Op het schietveld stonden verschillende gebouwen, waaronder een atelier, laboratorium, garage en opslagruimtes. Er was zelfs een diepvries waarin munitie bij min 32 graden werd getest en een oven waarin ze tot 52 graden werd verwarmd. Zo kon men onderzoeken of de munitie ook onder extreme omstandigheden goed functioneerde.
Van die gebouwen is vandaag weinig overgebleven. Vooral de stevige betonnen bunkers hebben de tand des tijds doorstaan.
En de veiligheid? Die was in de jaren zestig toch wel van een andere orde dan vandaag. Rond het terrein stond prikkeldraad met waarschuwingsborden waarop 'Schietveld – Doodsgevaar' te lezen stond. Wanneer er proeven plaatsvonden, werd een rode vlag gehesen en klonk een handbediende sirene. Meer waarschuwingen kregen de buurtbewoners niet. Een rode vlag moest volstaan om duidelijk te maken dat het beter was uit de buurt te blijven.
Ferdi vertelde ook dat bij de vergunningsaanvraag één landbouwer bezwaar had ingediend. Die vreesde dat het lawaai van de ontploffingen problemen zou veroorzaken bij zijn drachtige koeien. Zijn protest veranderde echter niets aan de plannen.
Vuur, explosies en rondvliegende scherven
Tijdens de wandeling kregen de deelnemers uitleg bij verschillende betonnen constructies. Sommige dienden om projectielen te testen, andere om de kracht van explosies te meten. Bij proeven met raketaangedreven projectielen kon zelfs een steekvlam van twintig meter lang ontstaan!
Elders werden kogels en projectielen afgevuurd op verschillende materialen, van papier tot dikke houten platen. Zo kon men nagaan hoe diep de munitie doordrong.
Een van de opvallendste overblijfselen is de grote betonnen vernietigingsput (foto links). Daar werd niet alleen afgekeurde munitie tot ontploffing gebracht, maar testte men ook springstoffen voor steenkoolmijnen en steengroeven.
Bij een andere proefopstelling, de zogenaamde Cirque de Bourges, hing men een granaat aan een touw tussen twee palen. Rondom werden kartonnen en houten platen opgesteld. Na de ontploffing telde men de gaten en onderzocht men hoe ver de scherven waren gevlogen.
Dat leverde soms verontrustende resultaten op. Toen men ook verderop, aan de omheining van het terrein, kartonnen platen plaatste, bleken heel wat scherven zelfs tot daar te geraken. De prikkeldraad bood uiteraard geen enkele bescherming tegen dergelijke projectielen.
Schippers kregen ongewenst bezoek
Een van de merkwaardigste verhalen ging over de betonnen piramide (foto rechts) die vandaag nog in het landschap te vinden is.
Bij deze constructie werden antipersoonsmijnen ingegraven en vanop afstand tot ontploffing gebracht. De schuine betonnen wand moest de rondvliegende scherven tegenhouden. Alleen werkte dat niet helemaal zoals bedoeld.
De scherven botsten tegen de wand en werden omhoog gekatapulteerd. Sommige vlogen zelfs tot in het nabijgelegen kanaal, waar ze op voorbijvarende schepen terechtkwamen.
Dat zorgde begrijpelijkerwijs voor klachten van binnenschippers. Het waren uiteindelijk die veiligheidsproblemen die mee aanleiding gaven tot de sluiting van het schietveld in 1967.
Daarmee kwam na ongeveer acht jaar een einde aan een opmerkelijk hoofdstuk uit de Lommelse industriële geschiedenis.
(Lees verder onder de foto's)
Werken in het zand, met achteraf een pintje
Tussen de verhalen over gevaarlijke munitie en ontploffingen door was er ook ruimte voor het dagelijkse leven van de werknemers.
Die werden 's morgens met een vrachtwagen naar het schietveld gebracht, samen met de munitie die getest moest worden. Volgens getuigenissen van voormalige werknemers was het doorgaans een aangename werkplek, ver weg van de drukte van de fabriek. Al kon het in de zomer behoorlijk tegenvallen. Zware kisten met munitie door het mulle zand sleuren, bij hoge temperaturen, was allesbehalve een pretje.
Na een lange werkdag werd daarom weleens haltgehouden in een herberg langs de Molsekiezel. Een frisse pint was dan meer dan welkom.
De natuur neemt het opnieuw over
Intussen heeft de Sahara haar industriële verleden grotendeels achter zich gelaten. Waar vroeger granaten ontploften, krijgen planten en dieren opnieuw alle kansen.
Ferdi wees onderweg op het natuurbeheer dat momenteel wordt uitgevoerd. Op sommige plaatsen verdwijnen dennen om opnieuw open heidelandschap te creëren. Elders worden jonge loofbomen aangeplant, beschermd door 'kloempen', houten omheiningen tegen de reeën die er graag aan knabbelen.
Ook de Japanse duizendknoop kwam ter sprake. Deze hardnekkige invasieve plant wordt op bepaalde plaatsen bestreden door de begroeiing te verwijderen en de bodem zorgvuldig af te dekken, zodat de plant niet opnieuw kan uitlopen (foto 7 onder).
Ook de bekende waterplassen kwamen aan bod. Die ontstonden door de ontginning van Lommelzand, dat honderdduizenden jaren geleden door voorlopers van de Rijn in onze streek werd afgezet. De zandwinning begon er al in 1927 en kwam na de Tweede Wereldoorlog pas echt op gang.
Aan het einde van de wandeling, bij de Wijerkense Uitvang aan de Eikstraat, vertelde Ferdi nog hoe Lommelse landbouwers rond 1600 stukken heide omvormden tot landbouwgrond. De grachten, bermen en houtwallen waarmee ze hun percelen afbakenden, hebben op sommige plaatsen nog altijd zichtbare sporen nagelaten. Wie er gewoon voorbijwandelt, merkt ze misschien nauwelijks op. Maar na de uitleg van Ferdi kregen ook die bescheiden aarden bermen plots een heel andere betekenis.
Volgend jaar opnieuw op ontdekking
Met meer dan vijftig deelnemers mocht Erfgoed Lommel terugblikken op een mooie afsluiter van het erfgoed-wandelseizoen. De grote groep luisterde aandachtig naar de verhalen van Ferdi Geerts, die met historische feiten en verrassende anekdotes het verleden van de Sahara opnieuw tot leven bracht.
Volgend jaar in april starten de maandelijkse erfgoedwandelingen opnieuw, tot en met oktober. Meer informatie is te vinden op www.erfgoedlommel.be.
Wie voortaan door de Sahara wandelt, zal wellicht met andere ogen naar de betonnen constructies tussen de bomen kijken. Want achter de rust en de natuur van vandaag schuilt een verleden waarin het hier regelmatig oorverdovend knalde. En dankzij deze wandeling is dat stukje Lommelse geschiedenis weer een beetje minder vergeten.
Reactie plaatsen
Reacties