Kettingreactie
In het eerste deel, dat je HIER nog eens kan lezen, vertelde pater Maurits hoe zijn roeping geleidelijk groeide en hoe hij in 1969, aanvankelijk met weinig enthousiasme, in Lommel terechtkwam. Intussen woont hij hier al 57 jaar. In dit tweede deel beginnen we dicht bij huis, in de kloostergemeenschap van Kattenbos. Daarna trekken we met hem de wereld in. Want toen hij in 2003 provinciaal werd, brachten zijn verantwoordelijkheden hem naar verschillende landen en continenten. Al die ervaringen kleuren ook zijn kijk op de kerk van vandaag en haar toekomst.
Hoeveel mensen wonen hier?
"Vandaag zijn we hier nog met zes. In de jaren zestig waren we volgens mij met een twintigtal. De gemiddelde leeftijd ligt nu rond 88 jaar. De oudste is 92 en ik ben met mijn 84 zelfs net niet de jongste. Die is vier dagen jonger dan ik.
We hebben allemaal verschillende karakters en achtergronden en hebben elkaar natuurlijk niet zelf uitgekozen. Mensen die trouwen kiezen voor elkaar, in een klooster krijg je een groep mensen bij elkaar. Toch lukt dat samenleven.
We hebben samen ook enorm veel veranderingen meegemaakt: de woelige jaren zestig, Leuven Vlaams, het Tweede Vaticaans Concilie... Het was een heel boeiende tijd."
Hoe ziet een doorsnee dag in het klooster of in uw pastorale werk eruit? Wat geeft u daar In de meeste voldoening?
"We zijn allemaal ouder geworden, dus onze activiteiten zijn verminderd. Zelf heb ik jarenlang de dienst gedaan op de Balendijk, tot de kerk enkele jaren geleden sloot. Ik doe wel nog regelmatig vieringen.
In het klooster hebben we vaste gebedsmomenten 's morgens, 's middags en 's avonds. Ontbijten doet iedereen op zijn eigen ritme, maar 's middags en 's avonds eten we samen. Op zondagavond zitten we ook bewust samen, zonder televisie, gewoon om wat te praten.
Iedereen heeft hier zijn eigen kamer, interesses en bezigheden. Juist daarom zijn die gezamenlijke momenten belangrijk."
En nog in goede gezondheid?
"Ik mag eigenlijk niet klagen. Ik heb altijd veel gesport en ben graag blijven bewegen. Voetbal heeft een belangrijke plaats in mijn leven gehad. Daardoor heb ik ook heel veel mensen leren kennen en contacten kunnen behouden."
U bent in 2003 provinciaal geworden. Wat hield die functie voor u in?
"In 2003 ben ik provinciaal geworden. Binnen onze congregatie vormen de kloosters in een land samen een provincie. Aanvankelijk was ik verantwoordelijk voor België, maar door fusies kwamen daar Nederland, Duitsland, Mozambique en later ook Frankrijk en Zwitserland bij. Uiteindelijk ging het om meer dan honderd mensen en een twintigtal kloosters.
Die gemeenschappen moest ik regelmatig bezoeken. Normaal kan iemand maximaal twee termijnen van vier jaar provinciaal zijn, maar door de verschillende fusies ontstond telkens een nieuwe situatie en werd ik opnieuw gekozen. Zo ben ik uiteindelijk negentien jaar provinciaal geweest.
Het heeft mijn wereld enorm verruimd. Ik reisde onder meer naar Afrika, Italië, Chicago en Vietnam en leerde overal mensen kennen. Sommige contacten bestaan twintig jaar later nog altijd. En dat vind ik een van de mooiste dingen aan mijn roeping: ik heb ontzettend veel kansen gekregen om mensen te leren kennen en werelden te ontdekken die anders voor mij gesloten zouden zijn gebleven."
Waarom denkt u dat de mensen minder hun weg naar de kerk vinden? En hoe kan de kerk opnieuw dichter bij jongeren en gezinnen staan?
"Ik denk dat de kerk daar zelf ook een verantwoordelijkheid in heeft. We zijn niet altijd voldoende mee geëvolueerd met de maatschappij.
Vroeger gebeurde bijvoorbeeld alles in het Latijn, terwijl veel mensen nauwelijks begrepen wat er gezegd werd. We hebben ons ook te veel beziggehouden met moraal en seksualiteit, terwijl thema's als sociale rechtvaardigheid te weinig aandacht kregen. Daar hebben we kansen gemist.
En natuurlijk kun je niet voorbij aan het seksueel misbruik binnen de kerk. Dat heeft enorm veel schade veroorzaakt. Je kunt dan alleen nederig erkennen dat het fout is gegaan en daar spijt over hebben. Daar valt weinig tegenin te brengen.
Tegelijk kennen jongere generaties de kerk van vroeger nauwelijks nog. Daarom moeten we opnieuw leren luisteren en vooral aanwezig zijn tussen de mensen."
Hoe ziet u de toekomst eigenlijk voor de kerk in België?
"Ik zie hier en daar toch tekenen dat er opnieuw iets groeit. Vooral bij jongeren merk je een zoektocht naar zingeving. Mensen blijven zoeken.
Daar ligt volgens mij tegelijk een grote uitdaging voor de kerk. Ik denk dat de boodschap die we vanuit het evangelie hebben nog altijd goed is, maar dat we niet altijd de juiste woorden, de juiste methode of de juiste middelen vinden om die boodschap over te brengen. Dat lukt ons vandaag nog onvoldoende. Je ziet bijvoorbeeld jongeren die gevormd worden en daarna toch weer afhaken.
Onze samenleving is ook totaal anders geworden. Vijftig of zestig jaar geleden was bijna iedereen katholiek. Mensen werden gedoopt, trouwden voor de kerk en werden vanuit de kerk begraven. Vandaag leven verschillende godsdiensten, religieuze identiteiten en culturen naast elkaar. Daar moeten zowel de kerk als de maatschappij mee leren omgaan. En eerlijk gezegd heeft ook onze hele maatschappij het daar soms nog moeilijk mee.
Ik blijf dus hoopvol, maar de kerk zal nieuwe manieren moeten vinden om haar boodschap door te geven."
Wordt vervolgd…
Van de dagelijkse tafel in Kattenbos tot gemeenschappen in verschillende delen van de wereld: in dit tweede deel zagen we hoe breed het leven van pater Maurits uiteindelijk werd. Toch brengt al die ervaring hem telkens weer bij dezelfde basis: mensen, gemeenschap en vertrouwen. In het derde en laatste deel wordt het gesprek daarom nog persoonlijker. Wat betekent geloof voor hemzelf? Wanneer is een leven geslaagd? Welk advies zou hij zijn jongere zelf geven en hoe hoopt hij later herinnerd te worden? En uiteraard wacht nog de vraag van burgemeester Bob Nijs én de keuze van de volgende schakel.
Reactie plaatsen
Reacties