Open Monumentendag lokte gisteren ondanks het bijzonder natte weer meer dan 120 bezoekers naar de verschillende activiteiten van Erfgoed Lommel in Werkplaatsen. Een van de blikvangers waren de drie gegidste rondleidingen door het Mariapark, maar ook in en rond de Sint-Barbarakerk viel heel wat te ontdekken. Jong en oud kon er op verschillende manieren kennismaken met de geschiedenis van de wijk en het bijzondere religieuze erfgoed dat er bijna een eeuw geleden ontstond. (Foto's Lieve De Bleser)
Ferdi Geerts en Evelien Dirix namen tijdens drie rondleidingen bezoekers mee langs de monumenten van het Mariapark. De eerste en vooral de tweede groep kregen daarbij flink wat regen over zich heen. Wie om 15.30 uur voor de laatste wandeling aansloot, had meer geluk en kon het park rondom de plassen onder droge omstandigheden verkennen. Tijdens de rondleidingen ging het niet alleen over jaartallen en restauratietechnieken. Achter heel wat beelden bleken verrassende verhalen en soms grappige details schuil te gaan.
Wie liever zelf op ontdekking ging, kon met de smartphone een digitale rondleiding volgen door zowel Werkplaatsen als het Mariapark. Ook de Sint-Barbarakerk opende haar deuren. Daar konden bezoekers via een interactieve opstelling en touchscreen meer te weten komen over het ontstaan van de wijk, het Mariapark en de restauratie die er de voorbije jaren werd uitgevoerd. Voor kinderen van 6 tot 12 jaar was er dan weer een gratis fotozoektocht. Met een speurkaart gingen zij in het park op zoek naar details die op foto's waren afgebeeld.
De geschiedenis van het Mariapark begon bijna honderd jaar geleden. Nadat de paters Kapucijnen zich in 1925 in Werkplaatsen hadden gevestigd, begon in 1928 de aanleg van het park. Kunstbetonwerkers Michiel Geysels en Alfons Janssens speelden daarbij een belangrijke rol. Een groot masterplan was er niet. Het park groeide geleidelijk, met telkens nieuwe monumenten en ideeën. Ferdi Geerts vergeleek het tijdens zijn rondleiding met een huis waaraan later nog een veranda, een tuinhuis en een carport worden toegevoegd.
Een van de eerste blikvangers was het Heilig Hartbeeld uit 1927, aan de vroegere Enkelrij, nu de Martinus Van Gurplaan. Daarna volgde onder meer de Lourdesgrot, waar vanaf 1928 bedevaarten en processies plaatsvonden. Maar amper een tiental jaar later had de grot bovenaan al te lijden onder waterinsijpeling. Toen kunstbetonwerker Michiel Geysels in 1937 de schade kwam herstellen, koos hij voor een wel heel creatieve oplossing om nieuwe problemen te voorkomen: boven op de grot bouwde hij een miniatuurversie van de basiliek van Lourdes. Die moest het onderliggende beton beter tegen het water beschermen en werd tegelijk een nieuw kunstwerk op zich. Zelfs aan kleine raampjes werd gedacht en wanneer de miniatuurbasiliek verlicht is, krijgt ze nog een heel andere uitstraling. Een praktisch probleem werd zo opgelost op een manier die perfect in het Mariapark paste. En wie niet naar het echte bedevaartsoord kon, kreeg Lourdes zo ook een beetje naar Werkplaatsen gebracht.
(Lees verder onder de foto)
Pater Michaël De Witte, beter bekend als pater Cajetaan, gaf vanaf de jaren dertig een belangrijke impuls aan de verdere uitbouw. Onder meer de zeven kapellen van de Zeven Weeën van Maria, die in de eerste fase gerestaureerd werden, kwamen erbij. De bas-reliëfs vertellen telkens een episode uit het leven van Maria en Jezus, maar wie goed kijkt, ontdekt er ook details die je niet meteen in een religieus tafereel zou verwachten.
Zo wees Geerts bij een van de kapellen op een gezicht dat bij de restauratie opnieuw moest worden vormgegeven omdat het oorspronkelijke zwaar beschadigd was. Restaurateur Freddy Janssens hoefde voor zijn inspiratie blijkbaar niet ver te zoeken. De figuur achter het kruis kreeg opvallend veel trekken van... Freddy Janssens zelf. Wie een foto van de restaurateur naast het bas-reliëf legt, hoeft volgens de gids niet lang naar de gelijkenis te zoeken.
Daar zit bovendien een mooi verhaal achter. Freddy Janssens is de kleinzoon van Alfons Janssens, die bijna honderd jaar geleden zelf als kunstbetonwerker aan het Mariapark meebouwde. Freddy is ondertussen midden tachtig, maar werkt nog altijd mee aan de restauratie, samen met zijn dochter. Zo wordt hetzelfde bijzondere ambacht generaties later binnen de familie voortgezet.
Ook andere kapellen bevatten verrassende verwijzingen. Bij de voorstelling van de kruisdood van Christus duiken bijvoorbeeld rotsformaties op die doen denken aan Marche-les-Dames. Daar kwam koning Albert I in 1934 bij een val van de rotsen om het leven. De makers lieten zich dus niet alleen inspireren door Bijbelse taferelen, maar verwerkten ook elementen uit hun eigen tijd in het park.
Nog zo'n plek waar je eigenlijk wat langer moet blijven kijken, is de Sint-Jozefskapel uit 1960. Jozef wordt er als schrijnwerker voorgesteld en rondom hem liggen zijn werktuigen. Werkbank, hamers en beitels: het werd allemaal in beton nagemaakt. En wie goed kijkt, ontdekt er zelfs een paar betonnen pantoffels. Ook de ezel die in het tafereel verscholen zit, werd gisteren een kleine zoekopdracht voor de bezoekers.
Het strafste staaltje betonkunst wacht iets verderop. Bij de Hof van Olijven verschijnt boven de biddende Christus een engel met de lijdenskelk. Op papier klinkt dat niet uitzonderlijk, tot je beseft dat ook die engel uit beton bestaat. Toch lijkt de figuur haast gewichtloos boven het tafereel te zweven. De houding, de plooien van de kleding en de vleugels versterken dat effect nog.
Vooral de constructie ter hoogte van de enkel maakte indruk. Daar moet het gewicht van de betonnen figuur worden opgevangen terwijl de engel visueel lijkt te zweven. Geerts vroeg zich tijdens de rondleiding lachend af hoe de makers dat destijds voor elkaar hadden gekregen. Mocht hij het zelf proberen, zo vermoedde hij, dan zou de engel waarschijnlijk al lang met zijn neus in het water hebben gelegen. Het leverde een glimlach op, maar vooral ook bewondering voor het vakmanschap van de oorspronkelijke betonkunstenaars.
(Lees verder onder de foto)
Juist na die gerestaureerde monumenten wordt het verschil met het achterste gedeelte van het park bijzonder groot. Wie de poort naar de kruisweg passeert, stapt haast een ander Mariapark binnen. Mos bedekt er delen van de constructies, wortels en begroeiing hebben schade veroorzaakt en hier en daar is duidelijk te zien hoe beton door vocht, roestende wapening en de tand des tijds wordt aangetast.
Dat contrast is momenteel misschien wel de beste illustratie van wat de restauratie betekent. De Lourdesgrot, het Heilig Hartbeeld en de zeven kapellen van de Zeven Weeën kregen hun uitstraling al grotendeels terug. Verderop tonen de kruiswegstaties en de Calvarieberg nog hoe kwetsbaar die bijna honderd jaar oude betonkunst geworden is.
Ook daar lieten de paters destijds hun fantasie de vrije loop. De kruisweg werd geen eenvoudige opeenvolging van veertien staties. Er verschenen poorten, torentjes, muren, namaakruïnes, rotspartijen en zelfs doorgangen waar bezoekers doorheen kunnen. Voor de Calvarieberg werd volgens het verhaal zelfs een nabijgelegen zandduin afgegraven. Het geheel moest niet alleen tot bezinning uitnodigen, het mocht blijkbaar ook een beetje avontuurlijk zijn.
De restauratie van dat gedeelte vormt de laatste grote fase van de werkzaamheden. Tegen 2028 moet het Mariapark volledig gerestaureerd zijn. De timing is symbolisch: dan is het precies honderd jaar geleden dat met de aanleg van het park werd begonnen.
De rondleiding eindigde gisteren bij de permanente kerststal uit 1960. Ook daar bleken de makers hun Kempense afkomst niet vergeten te zijn. Naast het traditionele kersttafereel staat een boer in zijn stal. Hij kijkt rustig toe naar Maria, Jozef en het kind en lijkt het hele gebeuren bijna goedkeurend gade te slaan.
Het zijn precies die details die van het Mariapark veel meer maken dan een verzameling religieuze monumenten. Een restaurateur die zichzelf vereeuwigt in een bas-reliëf, betonnen pantoffels, een verborgen ezel, een bijna onmogelijke zwevende engel en een Kempense boer bij de kerststal: achter haast iedere hoek zit wel een verhaal.
Open Monumentendag bood gisteren dan ook meer dan alleen een blik op een restauratieproject. Met de rondleidingen, de digitale ontdekkingstocht, de interactieve opstelling in de Sint-Barbarakerk en de fotozoektocht voor kinderen kon iedere bezoeker Werkplaatsen op zijn eigen manier ontdekken. Ondanks het bijzonder natte weer maakten meer dan 120 mensen daar gebruik van.
En voorlopig vertelt het Mariapark zelf twee verhalen tegelijk. In het gerestaureerde gedeelte is al te zien hoe bijzonder het er straks opnieuw kan uitzien. Enkele tientallen meters verder tonen mos, scheuren en verweerde betonkunst hoeveel werk er nog te wachten staat. Tegen het eeuwfeest in 2028 moeten die twee werelden opnieuw één geheel vormen.
Reactie plaatsen
Reacties