Terwijl op het kampterrein van KSA Lutlommel Jongens op 't Mulke in Hamont-Achel gelachen, gespeeld en geravot wordt, heerst in de keuken een heel ander ritme. Boodschappenlijsten worden bekeken, er wordt naar de winkel gereden en de voorbereidingen voor het middag- en avondmaal worden gedaan. Greta Poelmans (69) en Stanny Heylen (65) kennen dat ritme ondertussen als geen ander. Samen met Elly en Gé zorgen ze dit jaar al voor de 25ste keer voor de maaltijden tijdens het zomerkamp.
Met leden, leiding en kokjes samen telt het kamp dit jaar 66 deelnemers. De jongste is zes jaar, Greta is met haar 69 jaar de oudste van de groep. Toch draait iedereen op hetzelfde tempo mee. Dat is al een kwarteeuw zo.
Het verhaal begon 25 jaar geleden. KSA Lutlommel Jongens zocht nieuwe kampkokjes nadat Jan Bernaerdts en Yvette Vanden Boer stopten toen ze café Het Brouwershuis overnamen. Elly en Gé hadden toen net hun eerste kamp achter de rug en Greta en Stanny sloten zich bij hen aan. Hun samenwerking groeide uit tot een traditie die ondertussen al een kwart eeuw standhoudt. "Wij doen heel veel samen", vertelt Greta. "Niet alleen tijdens het kamp, maar ook daarbuiten. We zouden dit met niemand anders willen doen."
Voor Stanny gaat zijn band met KSA zelfs nog veel verder terug. Hij was amper negen jaar toen Pierre Mannaerts KSA Lutlommel Jongens oprichtte en hij zich aansloot. Daarvoor trok hij al mee op kamp met KSA Barrier. "Eens een KSA'er, altijd een KSA'er", zegt hij met een glimlach. Ook thuis werd die liefde voor KSA doorgegeven. Hun zonen Wietse en Jelle waren allebei lid en later ook leider bij KSA Lutlommel Jongens. Vandaag zetten kleinzonen Nand en Theo die traditie verder. Toen hun oudste kleinzoon voor het eerst mee op kamp ging, dacht Greta dat hij wel geregeld eens naar de keuken zou komen om zijn grootouders op te zoeken. Dat liep helemaal anders. "Op kamp zijn wij voor hen niet omi en opi", vertelt Greta. "Hier zijn we gewoon de kokjes. We behandelen onze kleinkinderen precies hetzelfde als alle andere kinderen. Het enige verschil op de achtergrond is dat ze wel weten dat wij ook op het kamp zijn waardoor ze minder snel heimwee krijgen."
Ook hun hond Rachida maakte in het begin deel uit van het kampverhaal. Toen Greta en Stanny begonnen als kampkok, hadden ze één voorwaarde: hun grote Newfoundlander moest mee op kamp mogen. Rachida voelde zich er al snel helemaal thuis. "Als wij 's avonds nog in de keuken bezig waren, wandelde ze gewoon zelf naar onze tent om te gaan slapen", vertelt Stanny. "Ze wist perfect waar haar plekje was."
De dagen beginnen vroeg. Collega Gé is steevast als eerste wakker en zet koffie voor de leiding en het keukenteam. "Ik ben meestal de laatste die opstaat", lacht Stanny.
Lang uitslapen zit er echter nooit in. Tegen half negen moet het ontbijt klaarstaan. Greta snijdt iedere keer de kaas, salami en boterhamworst vers af met de vleessnijmachine, zelfs met een gipsverband om haar arm. Een operatie wilde ze niet, want dan kon ze niet mee op kamp. Een gipsverband dan maar, want die houdt haar niet tegen om als kokje mee op kamp te gaan. Op iedere tafel komen daarnaast schaaltjes met boter, speculaas, chocopasta en hagelslag. "Dat is misschien wat meer werk, maar vers smaakt gewoon beter", zegt Greta.
Terwijl de kinderen genieten van de broodmaaltijd, wordt achter de schermen alweer gewerkt aan de volgende maaltijd. 's Middags staan meestal boterhammen of verloren brood op het menu. Tegen de avond verschijnt een warme maaltijd op tafel. "Vanavond maken we pompoensoep en balletjes in tomatensaus met peekes en erwtjes", vertelt Greta terwijl ze verder werkt.
Eén traditie veranderde in al die jaren nooit. Op de eerste kampdag staat steevast kip met rijst en currysaus op tafel. Ondertussen kijken veel oud-leiders daar ieder jaar opnieuw naar uit.
Tussen de maaltijden door blijft het werk zich opstapelen. Er worden boodschappen gedaan, groenten gesneden, tafels gedekt en bergen afwas weggewerkt. Op de bezoekdag is het nog een stuk drukker. Dan zorgt het keukenteam ook voor vlaaien, broodjes met ham of kaas, kampsoep en boterhammen met spek.
Iedereen binnen het keukenteam kent zijn vaste taak. Stanny zorgt voor het warme water, gaat mee boodschappen doen met de dames en neemt de grote spullen in de afwas voor zijn rekening. Greta staat mee achter de kookpotten, zet de tafels klaar, verzorgt de EHBO, houdt de administratie bij en vangt de jongste leden op wanneer heimwee toeslaat. "Je bent hier voor elk kind soms ook een beetje mama of oma", zegt ze.
Tijdens de tweedaagse valt de drukte even stil. "Dat is ons enige rustmoment", vertelt Stanny. "Dan gaan wij met de kokjes ergens iets eten."
Na 25 jaar zijn de kampverhalen nauwelijks nog te tellen. Zo sliepen Greta en Stanny jarenlang in een tent die bij iedere regenbui lekte. Iedere keer werd er een zeil over gespannen, tot Pierre Mannaerts op een dag besliste dat het tijd was voor nieuwe tenten.
Ook de schriktochten leverden onvergetelijke momenten op. “We liepen met het kokjesteam vroeger zelf mee tijdens de tocht. Tijdens één van die avonden verloor ik door mijn evenwichtsproblemen het evenwicht en kwam ik ten val. Een leider had in het donker niet gezien dat ik al op de grond lag en probeerde me nog vooruit te duwen.”, vertelt Greta. "Op dat moment was dat niet zo grappig", vertelt Greta lachend. " Dat zijn herinneringen waarmee we na al die jaren nog steeds in een deuk liggen."
Ook dit jaar moesten de kokjes creatief zijn. Door de aanhoudende droogte mocht er geen echt kampvuur worden gemaakt. Greta kocht daarom enkele vlamlampjes. Met paletten bouwden ze bij de prachtige kerk, die de leiding ook met paletten in elkaar had gesjord om het kamp wat in te kleden, een symbolisch kampvuur waarrond de lampjes werden geplaatst. "'s Avonds steken we de lampjes aan", vertelt Greta. "Zo hebben we toch nog een gezellig kampvuur zonder echte vlammen."
Het 25-jarige jubileum bleef ook op het kamp niet onopgemerkt. Burgemeester Bob Nijs bracht een bezoek aan de kampplaats om Greta en Stanny persoonlijk te feliciteren. Voor hem was het bovendien een bijzonder weerzien, want lang voor hij burgemeester werd, stond hij als leider zelf mee op kamp bij KSA Lutlommel Jongens."Wij hebben vroeger nog voor Bob gekookt toen hij leider was", vertellen Greta en Stanny. "Dat hij ons nu als burgemeester komt feliciteren, maakt het extra speciaal." Ook de leiding zette de twee kampkokjes uitgebreid in de bloemetjes. Op de kampplaats hing een groot spandoek met een groepsfoto en de boodschap: 'Greta en Stanny, 25 jaar kokskes. Proficiat!' Daarnaast kregen ze een gepersonaliseerd fleecedeken waarop alle kampplaatsen en de jaartallen van de voorbije 25 jaar zijn afgebeeld.
Ook hun collega-kokjes Elly en Gé hadden een originele verrassing voorbereid. Op een plaat maakten ze een grasveld met daarop een grote 25. Daarvoor stonden 25 kleine tentjes, één voor ieder jaar dat Greta en Stanny als kampkok meegingen. "We waren echt verrast", zeggen Greta en Stanny. "Daar kruipt ontzettend veel werk en liefde in. Dat zoveel mensen aan ons gedacht hebben, doet enorm veel deugd."
Wanneer het kamp ten einde loopt en alles opnieuw is opgeruimd, volgt nog een vaste traditie. Het keukenteam trekt dan samen naar café De Kroon in Lommel om nog iets te drinken en na te praten over de voorbije kampdagen.
Na een kwarteeuw zijn er ontelbaar veel herinneringen verzameld. Sommige zijn ontroerend, andere hilarisch, maar allemaal maken ze deel uit van hetzelfde verhaal. "Je maakt op een kamp leuke en minder leuke dingen mee. Maar vooral de mooie herinneringen blijven. En wat op kamp gebeurt, blijft op kamp, hè Bob?", zeggen Greta en Stanny met een knipoog naar de burgemeester.
Stoppen staat voorlopig nog niet op de planning. Zolang hun gezondheid het toelaat, willen Greta en Stanny blijven meegaan. Niet omdat het moet, maar omdat het kamp na 25 jaar veel meer is geworden dan tien dagen koken. Het is een stukje familie, een jaarlijkse traditie en een plek waar herinneringen blijven groeien, zowel voor de kinderen als voor de mensen die al een kwart eeuw achter de schermen voor hen klaarstaan.
Reactie plaatsen
Reacties